Nieuw Nieuw-West brengt de ongekend grote veranderingen in een Amsterdams stadsdeel in beeld. In relatief korte tijd gaat een wijk, met de omvang van een middelgrote stad, vrijwel volledig op de schop. De voormalige Westelijke Tuinsteden, ontworpen in de... Lees verder >>
Nieuw Nieuw-West brengt de ongekend grote veranderingen in een Amsterdams stadsdeel in beeld. In relatief korte tijd gaat een wijk, met de omvang van een middelgrote stad, vrijwel volledig op de schop. De voormalige Westelijke Tuinsteden, ontworpen in de eerste helft van de vorige eeuw en gebouwd in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, maken in het eerste decennium van de 21ste eeuw een complete kwaliteitssprong. De woningbouw, de maatschappelijke voorzieningen, de winkels, het onderwijs en het uitgaansleven ‒ alles wordt als onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vernieuwing van de architectuur en stedenbouw gaat hand in hand met het streven naar betere sociale, economische en culturele omstandigheden voor de huidige en toekomstige bewoners. Dit boek toont deze enorme ingrepen met een groot aantal foto’s, met een terugblik op de eerste tien jaar van dit proces, met een beschouwing over de nieuwe architectuur en stedenbouw en met de weergave van een gesprek tussen direct betrokkenen bij deze vernieuwingsoperatie.
Een van de meest invloedrijke boeken in de geschiedenis van de stadsplanning is 'The Death and Life of Great American Cities' van de New Yorkse publiciste Jane Jacobs. In september verschijnt, bijna 50 jaar na de eerste druk, de eerste Nederlandse... Lees verder >>
Een van de meest invloedrijke boeken in de geschiedenis van de stadsplanning is 'The Death and Life of Great American Cities' van de New Yorkse publiciste Jane Jacobs. In september verschijnt, bijna 50 jaar na de eerste druk, de eerste Nederlandse vertaling van dit beroemde boek.Jacobs houdt van zinderende grote steden, met wijken als de Jordaan, de Marollen en Montmartre. Ze pleit voor een dynamische en levendige stad, waar mensen door elkaar wonen, werken, winkelen, spelen, en die zo een bron van inspiratie is voor iedereen: "The Death and Life of Great American Cities is een ode aan de metropool." (NRC).Jacobs trekt van leer tegen de modernistische stedenbouw: wonen in grote flats in het groen, winkelen in winkelcentra en werken op bedrijventerreinen. Het richt de grote steden te gronde, vindt Jacobs. Wellicht heeft de titel van het boek menig Europeaan op het verkeerde been gezet; toch is 'Dood en leven van grote Amerikaanse steden' net zo van toepassing op New York als op Brussel, de Randstad, Rome en Parijs.
Met de aanstelling van de hoogleraar Ontwerp & Politiek aan de TU Delft start het Ministerie van VROM een onderwijs-, onderzoek- en praktijkprogramma gericht op het versterken van het samenspel tussen ontwerp en politiek voor de ruimtelijke... Lees verder >>
Met de aanstelling van de hoogleraar Ontwerp & Politiek aan de TU Delft start het Ministerie van VROM een onderwijs-, onderzoek- en praktijkprogramma gericht op het versterken van het samenspel tussen ontwerp en politiek voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Dit boek is de inspiratie en agendering voor dit programma vanuit geschiedenis, reflectie, positie én ambitie. Dit boek schetst de geschiedenis van de denkers, makers en bouwers van Nederland. Het geeft een inzicht in hoe de rol en verhoudingen in de ruimtelijke ordening in Nederland zijn getransformeerd en welke idealen, systemen en processen deze confrontatie versterkten. En het geeft een reflectie op vandaag. In gesprekken met ontwerpers, bestuurders, beslissers, belanghebbenden en onderzoekers is geprobeerd de veelheid aan verhalen in binnen- en buitenland zichtbaar te maken. Dat leidt niet tot een verhaal maar tot vele, over de opgaven, de actoren en het ontwerp. En het positioneert de Nederlandse situatie in een internationale context. De internationale vergelijking probeert de agenda voor ontwerp en politiek te verscherpen en maakt tastbaar wat de opgaven kunnen zijn: een analyse die aanzet tot ontwerpen. Dit boek laat zien dat we de maatschappelijke opgaven moeten onderkennen en herkennen, kunnen adresseren en benoemen, expliciteren en analyseren. En dat we verhalen moeten maken die dit vertellen. De grote en kleine opgaven als onderwerp van de confrontatie tussen politiek en ontwerp, met verhalen en met de confrontatie van die verschillende verhalen. Die confrontatie is essentieel, niet alleen voor de scherpe reflectie maar ook voor het alternatief, de mogelijkheid, de potentie. De ontwerper en de politiek kunnen niet meer om de opgaven heen, die confrontatie moet.
'Wonen in meervoud' biedt met een reeks boeiende voorbeelden een verfrissende kijk op groepswoningbouw, een vorm van woningbouw waarbij je samen met anderen een pand ontwerpt en bouwt, en de voorzieningen deelt. De auteurs laten de 'meerwaarden' van... Lees verder >>
'Wonen in meervoud' biedt met een reeks boeiende voorbeelden een verfrissende kijk op groepswoningbouw, een vorm van woningbouw waarbij je samen met anderen een pand ontwerpt en bouwt, en de voorzieningen deelt. De auteurs laten de 'meerwaarden' van groepswoningbouw zien op het vlak van betaalbare woonkwaliteit, duurzaamheid, sociaal contact, en vooral betere architectuur, efficiënter ruimtegebruik en positief effect op een ruimere woonomgeving.Een selectie uit de inzendingen voor de Belgische Architectuurprijs WiM (Wonen in Meervoud) vormt de basis van het boek. Deze wordt aangevuld met oudere maar nog steeds actuele realisaties van groepswoningbouw in België en inspirerende voorbeelden uit andere landen. De resultaten van dit collectieve ondernemerschap zijn uiteenlopend, van knappe appartementsgebouwen, het samenbouwen van eengezinswoningen, tot ontwikkeling en verbouwing van grote panden zoals fabrieksgebouwen en scholen.Het boek wordt aangevuld met een aantal essays over de historische, maatschappelijke en juridische context van groepswoningbouw, maar ook met handvatten en aanbevelingen voor iedereen die groepswoningbouw overweegt.
Een duurzame voedselproductie, alternatieve energiebronnen, behoefte aan sociale cohesie in een gezonde leefomgeving, het zijn enkele van de fundamentele kwesties van onze tijd, die elkaar raken in de ruimtelijke ordening en architectuur. Daar liggen dus... Lees verder >>
Een duurzame voedselproductie, alternatieve energiebronnen, behoefte aan sociale cohesie in een gezonde leefomgeving, het zijn enkele van de fundamentele kwesties van onze tijd, die elkaar raken in de ruimtelijke ordening en architectuur. Daar liggen dus geweldige kansen voor maatschappelijke vernieuwing.
In dit boek presenteren 25 Nederlandse ontwerpbureaus met uitgesproken opvattingen een agenda voor de toekomst van de wereld waarin wij leven. Het resultaat is een staalkaart van het creatieve vermogen van ontwerpers, en een oproep tot het ontwerpen van een betere wereld.
Met bijdragen van: 2012Architecten, 2by4 -architects, Anne Holtrop & Christophe van Gerrewey, Atelier Kempe Thill, biq stadsontwerp, CONCEPT 0031, De Zwarte Hond, Doepel Strijkers Architects, Jan Konings, Freehouse (Jeanne van Heeswijk & Dennis Kaspori), Must urbanism, 078 MVRDV, NEXT architects, OMA, Onix, Powerhouse Company, Rietveld Landscape, SeAR CH, STEALTH. unlimited, Studio Marco Vermeulen, Urban Unlimited, Van Bergen Kolpa Architecten, VenhoevenCS, West 8, ZUS
Geuzenveld, een van de Westelijke Tuinsteden, gaat op de schop. Begin jaren vijftig gold de wijk nog als grote belofte van het Nieuwe Bouwen, maar nu is grootscheepse stadsvernieuwing noodzakelijk om een leefbare wijk te realiseren voor de 111... Lees verder >>
Geuzenveld, een van de Westelijke Tuinsteden, gaat op de schop. Begin jaren vijftig gold de wijk nog als grote belofte van het Nieuwe Bouwen, maar nu is grootscheepse stadsvernieuwing noodzakelijk om een leefbare wijk te realiseren voor de 111 verschillende nationaliteiten die hier zijn neergestreken.Bij de ontwikkeling van Geuzenveld is het gebied opgeknipt in zes buurten, die werden toegewezen aan zes woningbouwverenigingen en zes architecten, allen van naam en faam: Van Tijen, Bakema, Merkelbach, Dudok, Bijvoet en Wegener-Sleeswijk. Zij kregen de opdracht hechte gemeenschappen te ontwerpen rond kerk, school en buurtwinkel. Vanwege de vele beperkingen lagen de architecten vaak overhoop met rijk en gemeente, maar ze struikelden vooral over hun eigen overspannen verwachtingen. De bewoners namen de regie over de 'wijkgedachte': als het vroor zetten ze de gemeenschapstuin onder water en werd de warme chocolademelk in een mandje naar beneden gehesen.Ineke Teijmant is stadssociologeBart Sorgedrager is fotograafZij maakten eerder Goed wonen in Nieuw-West en in de reeks Verdwijnende buurten in Amsterdam de delen Meer en Vaart, Buskenblaser, Wolbrantskerkweg en De Kolenkitbuurt.
Deze monumentale uitgave toont de vormgeving van wat wel eens 'een land van nut en noodzaak' wordt genoemd. In acht thema's, zoals huisvesting, verdediging en infrastructuur, komen bouwwerken aan de orde waarvan gesteld kan worden dat zij de bakens zijn... Lees verder >>
Deze monumentale uitgave toont de vormgeving van wat wel eens 'een land van nut en noodzaak' wordt genoemd. In acht thema's, zoals huisvesting, verdediging en infrastructuur, komen bouwwerken aan de orde waarvan gesteld kan worden dat zij de bakens zijn gaan vormen bij de inrichting en vormgeving van Nederland. Van de grachtengordel, via het Hollandse rijtjeshuis tot aan de Blauwe Stad; van de Afsluitdijk en de Rotterdamse haven tot de Acoustic Barrier langs de A2 en van het Binnenhof en de Sint Servaaskerk tot het voormalige sanatorium Zonnestraal en de Noord/Zuidlijn.Het boek laat zien dat bouwkundige of landschappelijke schoonheid samen kan gaan met de zo typisch pragmatische, Hollandse nuchterheid. Dat een langzaam gegroeide bouwtraditie, naast soms schokkende ingrepen, nu tot veel waardering kan leiden.De 75 bouwwerken overspannen een periode die begint bij 3500 voor Christus en eindigt bij de nog onvol-tooide werken in de komende decennia. Van deze 75 bouwwerken wordt de ontstaansgeschiedenis be-schreven, de architectuur en de technische constructie. De teksten, ondersteund door veel foto's en illustraties, zijn geschreven voor een breed publiek, maar ook de technisch onderlegde lezer kan het hart ophalen.Theo van Oeffelt is freelance communicatieadviseur en journalist, gespecialiseerd in architectuur en cultureel erfgoed. Hierover publiceert hij in diverse (vak)tijdschriften. Hij vertegenwoordigt Nederland in de onder auspiciën van de UNESCO opererende Association des Journalistes du Patrimoine. Fotograaf Jan Derwig is gespecialiseerd in architectuur- en landschapsfotografie. Zijn werk is terug te vinden in vele boeken en vaktijdschriften. Healing EnvironmentAnders bouwen voor betere zorg
In Den Haag is het werk van toonaangevende hedendaagse architecten te vinden. Op de bouwborden van recente ontwikkelingen prijken de namen van Moneo, Kollhoff en Koolhaas. Den Haag plukt de vruchten van een jarenlange investering in haar nieuwe centrum.... Lees verder >>
In Den Haag is het werk van toonaangevende hedendaagse architecten te vinden. Op de bouwborden van recente ontwikkelingen prijken de namen van Moneo, Kollhoff en Koolhaas. Den Haag plukt de vruchten van een jarenlange investering in haar nieuwe centrum. Een brede zone vanaf het Centraal Station tot in het oude centrum is het toneel van grootschalige ontwikkelingen die de stad een ongekende impuls geven. Als stadsstedenbouwer voerde Maarten Schmitt de afgelopen elf jaar de regie over stedenbouw, architectuur en het ontwerp van de openbare ruimte in de Hofstad. Een internationaal netwerk in de top van de architectuur combineert Schmitt met een gedreven visie op de ontwikkeling van 'de stad'. Zijn ervaring - en zijn netwerk - bouwde hij op in Groningen in zijn functie van stadsarchitect vanaf het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het werk van Schmitt laat zien dat de essentie van stadsontwikkeling uiteindelijk los staat van alle modes in architectuur en stedenbouw. Ongeacht de gekozen vorm staat de balans tussen programma, vorm en ruimtelijke structuur centraal.
De Atlas Haarlem Oost verbeeldt het interdisciplinaire kunstproject Kijken naar Haarlem Oost (2006-2009), een initiatief van beeldend kunstenaar Marjolijn Boterenbrood. In dit kunstproject werden, met de inbreng van kunstenaars, ontwerpers en... Lees verder >>
De Atlas Haarlem Oost verbeeldt het interdisciplinaire kunstproject Kijken naar Haarlem Oost (2006-2009), een initiatief van beeldend kunstenaar Marjolijn Boterenbrood. In dit kunstproject werden, met de inbreng van kunstenaars, ontwerpers en stedenbouwkundigen en een landschapsarchitect, nieuwe invalshoeken in een specifieke stedelijke context gegenereerd. Met een multidisciplinaire aanpak is dit project een actieve relatie aan gegaan met veranderingen en actuele ontwikkelingen die in veel (provincie)steden spelen, zoals de uitbreiding van bedrijventerreinen waardoor omringende natuur onder druk komt te staan en de herstructurering van woonwijken. Door kaarten, kunstwerken en onderzoeken zijn verbindingen en relaties gelegd, vragen gesteld en inzichten gegeven, het verborgene, onbekende, persoonlijke en buitengewone zichtbaar gemaakt. Het kunstproject bestrijkt een periode van drie jaar (2006-2009) en is opgebouwd uit een reeks onderzoeksopdrachten aan kunstenaars en ontwerpers, een website, een overzichtstentoonstelling, diverse debatten en als eindresultaat een boek: de Atlas.
De Atlas Haarlem Oost brengt alle facetten van het project Kijken naar Haarlem Oost bijeen. Deze uitgave presenteert, analyseert en interpreteert de aanpak en de resultaten van het kunstproject met als ingrediënten de kunstenaarsprojecten, kaarten, en een reeks essays op economisch, stedenbouwkundig en kunstbeschouwend niveau, aangevuld met een dvd met audiovisuele registraties van het project. De Atlas Haarlem Oost kan hierdoor als inspiratiebron voor ontwerpers, beleidsmakers, bewoners, architecten, stedenbouwkundigen en gemeentelijke instanties dienen. Het boek laat, met aandacht voor het specifiek locale als voorbeeld, grotere verbanden zien. Het resultaat is een inspiratiebron voor kunstbeleid en gemeentelijke en regionale ontwikkelingen.
Na een algemene inleiding over Nederland tijdens de Wederopbouw, geschreven door Tessel Pollmann, wordt de Leidse situatie belicht door Michiel Kruidenier. Kruidenier beschrijft vervolgens per wijk de belangrijkste Wederopbouw-projecten. In de eerste... Lees verder >>
Na een algemene inleiding over Nederland tijdens de Wederopbouw, geschreven door Tessel Pollmann, wordt de Leidse situatie belicht door Michiel Kruidenier. Kruidenier beschrijft vervolgens per wijk de belangrijkste Wederopbouw-projecten. In de eerste jaren na de oorlog werd ook in Leiden nog traditioneel gebouwd, met name door de katholieke architectenbureaus van Hugo van Oerle (1905-1994) en Jan van der Laan (1896-1966). Andere, minder grote bureaus in Leiden, zoals dat van Landman, Laurentius, Pino en Ponsen combineerden traditionele vormen met moderne materialen, bijvoorbeeld betonnen prefab-ramen. De Leidse architect Thijs Schutte (1915-2007) bouwde daarentegen in een zakelijke, functionele stijl. De bijlage bevat meer informatie over ontwerpers en aannemers die in Leiden in deze periode actief zijn geweest. Deel 21 in de Leidse Historische reeks.
De grachtengordel is een schitterend, uitzonderlijk belangrijk historisch en cultureel document. Deze uitbreiding betekende niet alleen een enorme vergroting van de stad, ze werd ook alom geprezen om haar grote schoonheid. Alle reizigers beaamden dat... Lees verder >>
De grachtengordel is een schitterend, uitzonderlijk belangrijk historisch en cultureel document. Deze uitbreiding betekende niet alleen een enorme vergroting van de stad, ze werd ook alom geprezen om haar grote schoonheid. Alle reizigers beaamden dat Amsterdam dankzij de grachtengordel bijna alle andere Europese steden in grandeur had overtroffen. Tegenwoordig bestaat er niet één bij benadering zo indrukwekkend stedelijk fenomeen uit de zeventiende eeuw, dat vergelijkbaar is in omvang en dat zo goed bewaard, zo aantrekkelijk en zo toegankelijk is. Dit boek is op donderdag 19 februari 2009 aangeboden aan minister Ronald Plasterk door Els Iping, voorzitter van het stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam. Het boek is geschreven ter gelegenheid van de nominatie van de 17de eeuwse grachtengordel voor de UNESCO Werelderfgoedlijst.
35 kleurenillustraties
Begin jaren negentig publiceerde het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra. Deze raakte bekend, beroemd en berucht onder de naam Vinex. Met in totaal honderdduizenden... Lees verder >>
Begin jaren negentig publiceerde het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra. Deze raakte bekend, beroemd en berucht onder de naam Vinex. Met in totaal honderdduizenden woningen werden vervolgens overal in het land de zogenaamde vinexwijken gebouwd. Soms geprezen, vaak bekritiseerd, maar altijd onderwerp van debat. In dit boek is voor het eerst de totale bouwproductie minutieus in kaart gebracht. 52 vinexwijken worden tot in detail beschreven met historische luchtfoto’s, plattegronden, gegevens over de locatie en recente foto’s van het straatbeeld. Samen met de uitgebreide inleiding over de ontstaansgeschiedenis en de uitvoering van het vinexprogramma maakt dit de Vinex Atlas tot een compleet naslagwerk van deze unieke ruimtelijke opgave in Nederland.
Aan de Utrechtse Robijnhof en omgeving realiseerde Gerrit Rietveld in 1958 een complex met seriematige woningbouw, uniek in zijn oeuvre. De eigenaar, woningcorporatie Bo-Ex, nam enige jaren geleden het besluit tot een grootscheepse renovatie met respect... Lees verder >>
Aan de Utrechtse Robijnhof en omgeving realiseerde Gerrit Rietveld in 1958 een complex met seriematige woningbouw, uniek in zijn oeuvre. De eigenaar, woningcorporatie Bo-Ex, nam enige jaren geleden het besluit tot een grootscheepse renovatie met respect voor het oorspronkelijke ontwerp. In samenwerking met de gemeente Utrecht en architect Bertus Mulder is het complex aangepast aan de eisen van deze tijd. Plattegronden zijn verbeterd en details zijn in overeenstemming met het oorspronkelijke ontwerp aangepast. Ook de openbare ruimte is aangepakt volgens de originele uitgangspunten. Het resultaat is een moderne Utrechtse buurt die schittert door de kwaliteiten van Rietvelds ontwerp, een bewijs dat het loont te investeren in de renovatie van naoorlogs erfgoed. Rietvelds Robijnhof belicht de geschiedenis van deze moderne Utrechtse buurt met artikelen, interviews met bewoners en een bijzonder foto-essay
Voor het project ‘De Limes’, heeft DS Landschapsarchitecten uit Amsterdam met GPS de gehele oud-Romeinse grensweg in Nederland, de Limesweg, gelopen. Doel was de Limesweg te ‘ontwaken’ in de hoofden van bewoners, gebruikers en bestuurders. Met dit... Lees verder >>
Voor het project ‘De Limes’, heeft DS Landschapsarchitecten uit Amsterdam met GPS de gehele oud-Romeinse grensweg in Nederland, de Limesweg, gelopen. Doel was de Limesweg te ‘ontwaken’ in de hoofden van bewoners, gebruikers en bestuurders. Met dit wandelproject is enorme kennis opgedaan van het landschap en haar bewoners en gebruikers, alsmede een visie gecreëerd omtrent de vraag hoe we in de toekomst met dit relict van cultuurhistorie om moeten gaan. De Limesweg is actueel, het is opgenomen als tweede venster in de canon van de vaderlandse geschiedenis. Daarnaast is de Limesweg een belangrijk cultuurhistorisch overblijfsel met Europese dimensies. De weg loopt van Engeland (Hadrian Wall) via Nederland naar het Oosten en eindigt bij de Zwarte Zee. De Britten en de Duitsers hebben de Limes tot Unecso monument verheven, en wat doen wij? In Nederland is het plaatsen van de Limesweg op de Unesco monumentenlijst een probleem omdat het restant weinig zichtbaar is en vaak zelfs geheel onzichtbaar in het landschap ligt. Blijft het daarmee een gat in de Europese lijn of moeten we de onzichtbare Limesweg op een andere manier zichtbaar maken? Dit boek vertelt het verhaal van de Limes aan een breed publiek. Voor de eerste keer wordt de gehele Nederlandse Limesweg anno nu in beeld gebracht met veel gedetailleerde kaarten, feiten en wetenswaardigheden.
For a project called ‘The Limes’, DS Landscape Architects from Amsterdam walked along the entire ancient Roman border road, the Limes Road, carrying a GPS. The aim was to ‘re-awaken’ interest among local inhabitants, users of the landscape and administrators. This walking project generated a great deal of knowledge about the landscape and its inhabitants and users, and it also created a vision regarding the question of how we should approach this cultural-historical relic in the future. The Limes Road is topical, functioning as a so-called ‘second window’ in the canon of Dutch history. Moreover, the Limes Road is an important cultural-historical relic with a European scope. The road stretches from England (Hadrian’s Wall) via the Netherlands to the east and ends up at the Black Sea. The British and Germans have elevated the Limes Road to the status of Unesco monument, and what are we doing? Making the Limes Road a World Heritage Site is problematic in the Netherlands because the relic has invisibly sunk into the landscape. Will it thus remain a gap in the road’s route through Europe, or should we make the invisible Limes Road visible in a different way? This book aims to re-awaken a broad audience to the story of the Limes Road. For the first time ever, the entire Dutch part of the Limes Road as it exists today is depicted by means of detailed maps, facts and interesting information.
Architectuur is dit jaar het onderwerp voor de Gouden Piramide 2008, de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap. Bijna honderd projecten zijn door hun opdrachtgever aangemeld.De beste vijftien inzendingen, waaronder de vijf genomineerden inclusief... Lees verder >>
Architectuur is dit jaar het onderwerp voor de Gouden Piramide 2008, de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap. Bijna honderd projecten zijn door hun opdrachtgever aangemeld.De beste vijftien inzendingen, waaronder de vijf genomineerden inclusief de winnaar het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, worden in dit boek beschreven en getoond vanuit het perspectief van de opdrachtgevers. Van het allereerste visioen van het gedroomde gebouw tot het concrete resultaat. Daarbij gaat het niet alleen om gemeenten, projectontwikkelaars en corporaties, maar ook om particulieren, bedrijven, culturele instellingen, zorginstellingen en scholen. De gedocumenteerde projecten worden voorafgegaan door drie essays en een interview met de nieuwe rijksbouwmeester, Liesbeth van der Pol. De essays gaan nader in op tendensen die onder de inzendingen te signaleren zijn. Indira van ‘t Klooster ondervraagt de steeds grotere groep architecten die zelf risicodragende projecten ontwikkelen. Janny Rodermond schrijft over de nieuwste generatie zorggebouwen waarin verschillende soorten zorg samen met andere functies zijn ondergebracht. Projectontwikkelaar Marcel Loosen laat zijn licht schijnen over de huidige rolverdeling binnen het bouwproces en bepleit het bestaansrecht van de ‘pure’ ontwikkelaar.
Met dvd van de tv-documentaires over de genomineerde opdrachtgevers en hun project.
Genomineerden 2008:- Unilever Nederland met deBrug/deKade in Rotterdam- Stichting Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid met het gelijknamige project in Hilversum (winnaar)- J.E.A. Boomgaard, directeur Stadsarchief, met gebouw De Bazel in Amsterdam- Vereniging KaveL met Villa van Vijven in Almere- Via Projectontwikkeling met Huis de Wiers in Nieuwegein
10x Den Bosch laat vanuit tien verschillende perspectieven zien hoe globale en lokale ontwikkelingen deze bijzondere provinciestad de afgelopen decennia hebben getransformeerd. Toonaangevende architectuur- en stedenbouwprojecten hebben nieuwe dimensies... Lees verder >>
10x Den Bosch laat vanuit tien verschillende perspectieven zien hoe globale en lokale ontwikkelingen deze bijzondere provinciestad de afgelopen decennia hebben getransformeerd. Toonaangevende architectuur- en stedenbouwprojecten hebben nieuwe dimensies toegevoegd aan de rijkgelaagde structuur van de stad. Het verrassende beeld van ’s-Hertogenbosch dat in deze prikkelende stadsbiografie wordt opgeroepen, nodigt niet alleen uit tot een bezoekaan de stad maar ook tot nieuwe beeldvorming.
De invalshoeken – zoals Eilandstad, Imaginaire stad, Modelstad, Inventieve stad – zijn zo gekozen dat een breed scala aan thema’s aan bod komt. Deze refereren aan de (inter)nationale architectuur-en stedenbouwgeschiedenis en maken tegelijkertijd een verbinding met actuele ontwikkelingsprocessen in de stad. Hans Aarsman pakte voor dit boek zijn camera weer op en voorziet elk perspectief van visueel commentaar. Dit boek presenteert ’s-Hertogenbosch als een spannende collage van botsende stadsfragmenten– een samenstel van vele steden – ieder met een eigen verhaal.
In 1992 verruilt de Koninklijke Marine de Oude Rijkswerf Willemsoord voor een nieuw, efficiënt en eigentijds complex aan de Nieuwe Haven. De voor buitenstaanders vrijwel ontoegankelijke Oude Rijkswerf dichtbij het centrum van Den Helder komt vrij voor... Lees verder >>
In 1992 verruilt de Koninklijke Marine de Oude Rijkswerf Willemsoord voor een nieuw, efficiënt en eigentijds complex aan de Nieuwe Haven. De voor buitenstaanders vrijwel ontoegankelijke Oude Rijkswerf dichtbij het centrum van Den Helder komt vrij voor een nieuwe bestemming. Vanaf de Napoleontische tijd is er ontworpen aan deze werf en tot in de negentiende eeuw wordt er aan het complex gebouwd. Onder supervisie van toenmalig Rijksbouwmeester Wytze Patijn werken stedenbouwkundigen, toparchitecten op het gebied van restauratie en nieuwbouw en experts van monumentenzorg met de gemeente aan de herbestemming van dit unieke industriële monument. Een deel van de gebouwen wordt in oorspronkelijke staat teruggebracht en er worden interessante combinaties van oud en nieuw gerealiseerd in de vorm van culturele en recreatieve voorzieningen met een maritiem accent. Deze publicatie markeert de afronding van de restauratie en beschrijft door een keur van illustraties de interessante geschiedenis en het proces van planvorming, sloop, restauratie en nieuwbouw van de Rijkswerf Willemsoord.
Na de nieuwe Openbare Bibliotheek is in 2008 een tweede markant gebouw opgeleverd op het Oosterdokseiland, nabij het Centraal Station van Amsterdam. Ook het nieuwe conservatorium heeft hier, in de stedenbouwkundige herontwikkeling van het gebied tussen... Lees verder >>
Na de nieuwe Openbare Bibliotheek is in 2008 een tweede markant gebouw opgeleverd op het Oosterdokseiland, nabij het Centraal Station van Amsterdam. Ook het nieuwe conservatorium heeft hier, in de stedenbouwkundige herontwikkeling van het gebied tussen het oude stadscentrum en de IJ-oevers, een plek gekregen. Het gebouw is ontworpen door architect Frits van Dongen (Architekten Cie.) en bevat vijf concertzalen die door een ingenieus trappensysteem met elkaar zijn verbonden. De plek is door zijn sfeer en aankleding erg uitnodigend. Zeker de bovenetage met entresol en bar, die uitzicht biedt op oud Amsterdam. Daaronder bevinden zich twee etages met studieruimten. Boven de entree bevinden zich vier etages met leskamers, voor alle soorten instrumenten.. Het boek beschrijft de historische betekenis van het Amsterdamse conservatorium en gaat uitgebreid in op de nieuwbouw, de indeling en plattegronden van het gebouw
In het twaalfjarig bestaan van architectuurcentrale Thijs Asselbergs hebben de open structuur van het bureau en de laboratoriumachtige aanpak, de aandacht voor alle schaalniveaus en de liefde voor het detail geleid tot hoogwaardige architectuur en... Lees verder >>
In het twaalfjarig bestaan van architectuurcentrale Thijs Asselbergs hebben de open structuur van het bureau en de laboratoriumachtige aanpak, de aandacht voor alle schaalniveaus en de liefde voor het detail geleid tot hoogwaardige architectuur en stedenbouw. Gerealiseerde projecten zijn onder andere wooncomplexen De Staten in Den Haag, De Dominicaan in Nijmegen, Henkenshage in Amsterdam en diverse interieurs voor Wagamama in Nederland en België. Het ontwerp voor de Jazzzalen in het nieuwe Muziekpaleis Vredenburg in Utrecht wordt in 2012 gerealiseerd.Naast de productie van het bureau worden in aTA uitvoerig de maatschappelijke (neven)activiteiten van oprichter Thijs Asselbergs beschreven. Hij was onder andere stadsarchitect van Haarlem en medeoprichter en hoofdredacteur van het tijdschrift Items. Sinds 1995 is hij voorzitter van de Stichting Archiprix, die tot doel heeft jaarlijks de beste studentenplannen nationaal en mondiaal onder de aandacht te brengen. Hierdoor wordt duidelijk hoe een goed functionerende architectenpraktijk en een actieve maatschappelijke rol elkaar op stimulerende wijze beďnvloeden. Met ingang van 2008 bekleedt Thijs Asselbergs de positie van hoogleraar Architectural Engineering aan de TU Delft.
Zes jaar na de ontploffing van SE Fireworks krijgt het herstel van Roombeek vorm. Ging de eerste wederopbouwkroniek (2003) over het ontwerp van de nieuwe wijk, de tweede aflevering (2004) behandelde het proces dat voor de wederopbouw werd ontketend en... Lees verder >>
Zes jaar na de ontploffing van SE Fireworks krijgt het herstel van Roombeek vorm. Ging de eerste wederopbouwkroniek (2003) over het ontwerp van de nieuwe wijk, de tweede aflevering (2004) behandelde het proces dat voor de wederopbouw werd ontketend en liet de ‘spelers’ aan het woord. Deze derde kroniek over dit bijzondere project van stedelijke vernieuwing is gewijd aan wat er concreet op de locatie verrijst. Het nieuwe Roombeek wordt gerealiseerd in polemiek met de conventies van zestig jaar Nederlandse planning. In Enschede wordt uitgeprobeerd of uiteenlopende stedelijke functies niet veel meer kunnen worden gemengd dan gebruikelijk is in het Nederland waar wonen en werken meestal strak onderscheiden worden. Centraal in het plan geplaatste cultuur- en voorzieningenclusters fungeren hierbij als aanjager. Tegelijkertijd wordt in Roombeek ruim baan gegeven aan de burgerlijke zelfbeschikking omtrent de vormgeving van het eigen huis: nergens anders in Nederland kon eerder een zo bonte verzameling woonhuizen ontstaan.
Deze uitgave stelt het ‘auteurschap’ in de stedenbouw aan de orde, in dit geval aan de hand van de stad Amsterdam. De praktijk van stedenbouwkundige Ton Schaap start medio jaren tachtig van de vorige eeuw. In die tijd bevindt de stedenbouwkundige... Lees verder >>
Deze uitgave stelt het ‘auteurschap’ in de stedenbouw aan de orde, in dit geval aan de hand van de stad Amsterdam. De praktijk van stedenbouwkundige Ton Schaap start medio jaren tachtig van de vorige eeuw. In die tijd bevindt de stedenbouwkundige discipline zich in een crisis. De stadsvernieuwingsopgave is over zijn hoogtepunt heen en nieuwe opgaven op een stedelijke schaal dienen zich aan. De leegloop van de stad naar de groeikernen zoals Purmerend, Almere, Hoofddorp en het Gooi is in volle gang. Het is de ambitie om deze beweging te keren. In de ruimtelijke ordening komt het model van de compacte stad weer centraal te staan. Daarbij vraagt de opkomst van de invloed van de markt in de ruimtelijke ordening om een herbezinning van de rol van de gemeentelijke stedenbouwkundige diensten. Grootschalige projecten worden in die tijd opgestart, zoals de haveneilanden KNSM, Java en Borneo Sporenburg, later gevolgd door IJburg, de Zuidas, de centrumontwikkeling van Amsterdam-Zuidoost en recent de noordelijke IJ-oevers en het Markermeer.Er wordt bewust gebroken met de anonimiteit van de stedenbouwkundig ontwerper. Hierdoor kan een nieuwe generatie stedenbouwkundigen zich continu met de inhoudelijke kanten van de stedenbouw bemoeien, zonder ‘af te glijden’ naar louter management. Afgezien van de hoge kwaliteit van veel stedenbouwkundige en architectonische projecten, heeft deze inhoudelijke continuďteit ook voor Amsterdam op stedelijke schaal bijzonder positief uitgepakt.
Westraven in Utrecht, ontworpen door architectenbureau cepezed, is een grootschalige combinatie van bestaande kantoorgebouwen en nieuwbouw voor enkele diensten van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in een gebied tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en... Lees verder >>
Westraven in Utrecht, ontworpen door architectenbureau cepezed, is een grootschalige combinatie van bestaande kantoorgebouwen en nieuwbouw voor enkele diensten van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in een gebied tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de knooppunten van de A2 en de A12. Het programma beslaat meer dan 53.000 m2 vloeroppervlak en omvat kantoorruimten, vergaderfaciliteiten, een nationaal conferentiecentrum, een communicatiecentrum en het Future Center van Rijkswaterstaat. Als Westraven voltooid is, zullen er ruim tweeduizend mensen werken.De bestaande kantoortoren is geheel gerenoveerd en heringedeeld en rond de voet ervan is een langwerpig gebouw van vier verdiepingen verrezen. Vides in de vloeren en geheel uit glas bestaande gevels bepalen in sterke mate de ruimtelijke beleving van het hoogbouwblok. De transparante nieuwbouw krijgt door vides, atriums, serres en binnentuinen een ongekende ruimtelijke kwaliteit. Een revolutionair element is de innovatieve ‘tweedehuidfaçade’ van open geweven, met zwart teflon gecoat glasvezeldoek. Het doek maakt het mogelijk ook op grote hoogte zonder windoverlast ramen te kunnen openen.
Het gebouw Westraven won de Daylight Award 2008.
'Ik woon op een eiland.' Theo Baart verhuisde in december 2004 naar een pas opgeleverd huis in een kersverse nieuwbouwwijk. Tot twee jaar daarvoor werden op dit stuk land aardappels geteeld. Toen werden de sloten verbreed, de voormalige akker kreeg een... Lees verder >>
'Ik woon op een eiland.' Theo Baart verhuisde in december 2004 naar een pas opgeleverd huis in een kersverse nieuwbouwwijk. Tot twee jaar daarvoor werden op dit stuk land aardappels geteeld. Toen werden de sloten verbreed, de voormalige akker kreeg een brug en men kon gaan wonen aan het water.
In Eiland 7. Berichten uit de nieuwbouwwijk gaat Theo Baart op zoek naar het recept voor een Hollandse nieuwbouwwijk. Is nieuwbouw vergelijkbaar met fastfood? Moet alles er hetzelfde uitzien en hetzelfde smaken of kan het anders? En als je afwijkt van de gebaande paden, wat gebeurt er dan? Hij bezoekt de boeren die hun land hebben verkocht, spreekt met grondopkopers, projectontwikkelaars en architecten. Hij fotografeert de nieuwe keukens, badkamers, tuinen, en kopers van de huizen op dit geconstrueerde eiland en spreekt zijn buren over hun wooncarričre, hypotheken, schuttingen en opbouwen. Het levert een portret op van de Nederlandse middenklasse in haar vertrouwde biotoop, de nieuwbouwwijk.
In de afgelopen 25 jaar zijn in Amsterdam tenminste 70.000 vooroorlogse en particuliere huurwoningen behouden voor sloop, opgeknapt en verbeterd. Begonnen als experiment in 1980 is woningverbetering uitgegroeid tot een volwaardig beleidsinstrument, mede... Lees verder >>
In de afgelopen 25 jaar zijn in Amsterdam tenminste 70.000 vooroorlogse en particuliere huurwoningen behouden voor sloop, opgeknapt en verbeterd. Begonnen als experiment in 1980 is woningverbetering uitgegroeid tot een volwaardig beleidsinstrument, mede door het toekennen van subsidiebijdragen (‘regeling Beter Verbeteren’) door stadsdelen en gemeentelijke diensten. Daarbij heeft een verantwoord herstel van de gevelarchitectuur als onderdeel van welstandsbeleid, steeds meer aandacht gekregen, met name in de berlagiaanse Gordel 20-40 en in de negentiende- eeuwse ring. In Het Beste Verbeterboek wordt een selectie van de best practices van de afgelopen acht jaar gepresenteerd, zoals tot stand gekomen onder supervisie van Marloes van Haaren. Actueel en historisch foto- en beeldmateriaal wordt in een beschouwend, cultureel kader geplaatst door korte, begeleidende, essay’s van de hand van zeer uiteenlopende deskundigen: bestuurders, politici, ontwikkelaars, corporaties. Achter in het boek zijn vier grote, losse blauwdrukvellen opgenomen, met daarop gedetailleerde tekeningen van zeven timmerfabrieken. Deze tekeningen geven een prachtig inzicht in de aandacht die geschonken is aan het sublieme detail.
Hoe zouden historische steden eruitzien als de treinen niet door of langs de bebouwing, maar eronder zouden rijden? Vijf architecten laten zien wat de gevolgen hiervan kunnen zijn voor vijf Nederlandse steden.
In het Delftse project 5x5 onderzoeken de... Lees verder >>
Hoe zouden historische steden eruitzien als de treinen niet door of langs de bebouwing, maar eronder zouden rijden? Vijf architecten laten zien wat de gevolgen hiervan kunnen zijn voor vijf Nederlandse steden.
In het Delftse project 5x5 onderzoeken de gerenommeerde architecten Michiel Riedijk, Bob van Reeth, Jo Coenen, Dick van Gameren en Henk Engel, allen verbonden aan de TU Delft, de mogelijkheden van een ondergronds spoorwegnet in Delft, Dordrecht, Gouda, Haarlem en Leiden