Architectuur in Nederland in de negentiende eeuw
010 Publishers,
2008,
Paperback,
1056 p.
Nederlands 978 90 6450 541 6 Cassette met drie delen: Sterrenstof, ‘Alles wat zuilen heeft, is klassiek’ en Eclecticisme.   Men beschouwt classicistische architectuur uit de late achttiende en vroege negentiende eeuw tegenwoordig als extreem formalistisch met een koude vormentaal. Naar het gemiddelde moderne oordeel is deze neo-Antieke bouwkunst zielloos en zonder uitdrukking en eigenlijk ook achterhaald en onoprecht. Dit boek gaat over het denken dat dit bouwen inspireerde. Lex Hermans laat zien welke ideeën over schoonheid in Nederland circuleerden en hoe deze volgens de toenmalige smaakmakende elite dienden te worden toegepast op de bouwkunst. Ook gaat hij in op de spanningen die verschillende richtingen binnen het classicisme veroorzaakten ten aanzien van oudere, meer op de Renaissance-traditie gestoelde vormconcepten. De gangbare mening dat dit zogenoemde neo-classicisme een steriele ontwerppraktijk in de hand werkte, verwerpt hij. Eclecticisme. Over moderne architectuur in de negentiende eeuw Het eclecticisme, vanaf 1830 in de architectuur toegepast, was in het begin vooral in Frankrijk populair. Architecten als Henri Labrouste en Félix Duban beschouwden het als een avant-gardestroming die het verouderde classicisme vervangen moest. De vormgeving had baat bij het gebruik van diverse historische referenties en steunde daarvoor op het filosofische eclecticisme. De eclectische architectuuropvatting bleek zeer esthetiserend: de constructie van een gebouw was basis voor een associatieve esthetica gevormd door middel van historische motieven. Deze opvatting verschilde sterk van het oprukkende rationalisme. Voor de eclectici die het rationalisme bekritiseerden schoot een functionalistisch gebouw tekort omdat het slechts de constructie toonde. Controverses als deze zijn tot op heden voor een breed publiek interessant. Immers waaruit bestaat eigenlijk architectonische esthetica? |