De grote architectonische kunstenaar en meestergraveur van de 18e eeuw. “Piranesi was net zo wild als Salvator Rosa, trots als Michelangelo en uitbundig als Rubens” - Horace Walpole.Giovanni Battista Piranesi (1720-1778), een van de grootste architecten... Lees verder >>
De grote architectonische kunstenaar en meestergraveur van de 18e eeuw. “Piranesi was net zo wild als Salvator Rosa, trots als Michelangelo en uitbundig als Rubens” - Horace Walpole.Giovanni Battista Piranesi (1720-1778), een van de grootste architecten aller tijden en zeker de beroemdste kopergraveur van de 18e eeuw, is het meest bekend om zijn indrukwekkende originele serie etsen van gecompliceerde en megalomane gevangenissen, Carceri d´Invenzione. In zijn eigen tijd werd hij het meest geroemd om zijn Vedute, 137 etsen van het oude en moderne Rome. Deze opzienbarende en dramatische clair-obscur beelden, doordrenkt met Piranesi´s romantische gevoel voor archeologische ruïnes, waren zo bekend dat zij nog generaties later het mentale beeld van Rome vormden. Inderdaad kon men zeggen dat Piranesi een hele stijl van de hedendaagse architectuur heeft geschapen alsook een bredere visualisatie van de Oudheid zelf. In onze tijd heeft hij direct invloed gehad op schrijvers zoals Borges en Kafka en op filmmakers zoals Terry Gilliam en Peter Greenaway. Iedereen die zich verdiept in de etsen van Piranesi wordt geconfronteerd met de reële nachtmerrie van het menselijk bestaan en haar oneindige mysteries.
De 18de-eeuwse Napolitaanse kerststal van Museum Catharijneconvent bestaat uit meer dan 60 figuren. Tot op de dag van vandaag zijn de beeldjes zeer gewild en geliefd bij verzamelaars. Wie zijn al deze types die de kerststal bevolken en waar komt de... Lees verder >>
De 18de-eeuwse Napolitaanse kerststal van Museum Catharijneconvent bestaat uit meer dan 60 figuren. Tot op de dag van vandaag zijn de beeldjes zeer gewild en geliefd bij verzamelaars. Wie zijn al deze types die de kerststal bevolken en waar komt de Napolitaanse traditie van kerststallen vandaan?
Ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Museum Van Loon verschijnt 'Jurriaan Andriessen (1742-1819): Een schoon vergezicht', de eerste publicatie gewijd aan deze achttiende-eeuwse behangselschilder.In de achttiende eeuw waren... Lees verder >>
Ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Museum Van Loon verschijnt 'Jurriaan Andriessen (1742-1819): Een schoon vergezicht', de eerste publicatie gewijd aan deze achttiende-eeuwse behangselschilder.In de achttiende eeuw waren behangselschilderingen zeer gewild in het Nederlands interieur. In tegenstelling tot het huidige behang betrof het hier schilderingen, veelal landschappen met kamervullende voorstellingen waardoor men zich binnen buiten kon wanen. De publicatie beschrijft de werkwijze van de schilder, zijn behangselpraktijk en zijn vele opdrachtgevers. Speciale aandacht gaat uit naar de recentelijk gerestaureerde schilderingen die Andriessen in 1780 voor kasteel Drakensteyn vervaardigde en sinds de jaren zeventig de wanden van Museum Van Loon sieren.
Dit boek geeft een overzicht van de Noord-Nederlandse katholieke historieschilderkunst in de zeventiende en de achttiende eeuw, tegen de achtergrond van de rijkgeschakeerde contrareformatorische cultuur die tot bloei kwam in het door protestanten... Lees verder >>
Dit boek geeft een overzicht van de Noord-Nederlandse katholieke historieschilderkunst in de zeventiende en de achttiende eeuw, tegen de achtergrond van de rijkgeschakeerde contrareformatorische cultuur die tot bloei kwam in het door protestanten geregeerde land.Hoewel de burgerlijke overheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had gekozen voor de calvinistische religie en het opdragen van de Mis hadden verboden, bleef een belangrijk deel van de bevolking katholiek. Samen met hun geestelijk leiders zetten de gelovigen een netwerk van clandestiene kerken op, verscholen achter de gevels van huizen en bedrijfsgebouwen. Boven de altaren en langs de wanden van deze “schuilkerken” verschenen ambitieuze, monumentale schilderijen die bijbelse thema’s, heiligenverhalen of katholieke geloofswaarheden uitbeeldden. Ze werden merendeels vervaardigd door vooraanstaande kunstenaars die zelf het katholieke geloof aanhingen zoals als de Utrechter Abraham Bloemaert, de Haarlemmers Pieter de Grebber, Salomon de Bray en diens zoon Jan, de Amsterdammer Jacob de Wit en de Antwerpenaars Jan Cossiers, Cornelis Schut en Erasmus Quellinus. Ook de devotionele en kerkpolitieke voorkeuren van hun opdrachtgevers, waaronder veel geestelijken en religieuze vrouwen, komen uitgebreid aan bod.
Studies in Netherlandish Art and Cultural History Volume 9
12 kleurenfoto's124 zwart-witfoto's
Jan de Bray en zijn vader Salomon gelden als de grootste historieschilders die Haarlem heeft voortgebracht. Zij hebben het gezicht bepaald van het Haarlemse Classicisme.
Zowel Salomon als Jan waren universeel begaafd, niet alleen als schilder, maar ook... Lees verder >>
Jan de Bray en zijn vader Salomon gelden als de grootste historieschilders die Haarlem heeft voortgebracht. Zij hebben het gezicht bepaald van het Haarlemse Classicisme.
Zowel Salomon als Jan waren universeel begaafd, niet alleen als schilder, maar ook als architect, dichter en kunsttheoreticus. Het is niet verwonderlijk dat Salomon – evenals de iets jongere Pieter de Grebber trouwens – opdracht kreeg voor de decoratie van Paleis Huis ten Bosch, dat Amalia van Solms liet bouwen ter ere van haar overleden echtgenoot Frederik Hendrik. Jan voerde veel opdrachten uit voor het Haarlemse regentenpatriciaat: drie schoorsteenstukken voor het stadhuis en een aantal regentenportretten voor Haaarlemse instellingen. Jan was een eminent portretschilder en werd na de dood van Frans Hals de uitverkoren portrettist van de Haarlemse elite. Vele van zijn opdrachtgevers lieten zich afbeelden in de gedaante van een bijbelse of mythologische figuur in een zogenaamd portrait historié, een genre waarin Jan uitblonk. Zijn broers Dirck en Joseph waren actief als stillevenschilder.
140 kleurenfoto's
Maria Sibylla Merian was de eerste die kunst en entomologische wetenschap wist te combineren. Ze kon beter dan wie ook in haar tijd vlindervleugels, harige rupsen, poppen waarin de vlinder zich al openbaart met één haar van het penseel vastleggen. Het... Lees verder >>
Maria Sibylla Merian was de eerste die kunst en entomologische wetenschap wist te combineren. Ze kon beter dan wie ook in haar tijd vlindervleugels, harige rupsen, poppen waarin de vlinder zich al openbaart met één haar van het penseel vastleggen. Het British Museum in Londen en de koningin van Engeland bezitten veel en prachtig werk – in het boek opgenomen – van deze Duitse kunstenares die in de uitgeversstad Frankfurt in 1647 werd geboren. Ze woonde meer dan 25 jaar in Amsterdam waar ze in 1717 stierf. Beroemd en gerespecteerd zowel onder kunstenaars als onder wetenschappers. Maria Sibylla was een eigenzinnige en avontuurlijke vrouw. Met haar jongste dochter vertrok ze op 53 jarige leeftijd naar Suriname om daar insecten, reptielen en amfibieën te observeren en te tekenen.
De auteur Ella Reitsma heeft voor het eerst een poging gedaan de handen van moeder Maria Sibylla en haar twee dochters Johanna Helena en Dorothea Maria te onderscheiden. Tot nu toe werd de aandacht alleen op de moeder gericht. Uit onderzoek blijkt onomstotelijk dat ook de kinderen hard in het atelier meewerkten. In Amsterdam waar moeder en dochters vanaf 1691 woonden was de samenwerking zeer nauw. De auteur bracht de intellectuele scene het licht waarin Maria Sibylla zich in Frankfurt, in Neurenberg en in Amsterdam begaf. Er worden nieuwe verbanden gelegd, nieuwe voorgangers met nog niet eerder gepubliceerd werk getoond, er zijn nieuwe tekeningen ontdekt en er zijn nieuwe biografische gegevens aan het licht gebracht. Het boek presenteert een vorm tussen kunstjournalistiek en wetenschap en is zeer toegankelijk.
50 kleurenfoto's
Nicolaas Verkolje was een van de meest veelzijdige en intrigerende kunstenaars van de vroege 18de eeuw. Hij schilderde en tekende aantrekkelijke historie- en genrestukken en portretten, maar ook kamerbehangsels en fraaie prenten. Voor het eerst wordt er... Lees verder >>
Nicolaas Verkolje was een van de meest veelzijdige en intrigerende kunstenaars van de vroege 18de eeuw. Hij schilderde en tekende aantrekkelijke historie- en genrestukken en portretten, maar ook kamerbehangsels en fraaie prenten. Voor het eerst wordt er nu een monografie aan hem gewijd. Deze publicatie laat zien dat Verkolje een ereplaats verdient naast gerenommeerde kunstenaars als Gerard de Lairesse en Jacob de Wit. Acht deskundigen lichten in deze uitgave vol nieuwe gegevens Verkoljes leven en werk toe. Naast een karakterisering van stijl en thematiek vindt de lezer uitleg over de relatie met andere Nederlandse historie- en portretschilderkunst, over Franse bronnen voor zijn werk en over zijn tekeningen en prenten.
De Friese notaris Nanne Ottema (1874-1955) had grote interesse voor het historisch interieur en de kunstnijverheid. De samenhang binnen de enorme verzamelingen die hij op dit gebied bijeen bracht, zou gezocht kunnen worden in de bewondering voor het... Lees verder >>
De Friese notaris Nanne Ottema (1874-1955) had grote interesse voor het historisch interieur en de kunstnijverheid. De samenhang binnen de enorme verzamelingen die hij op dit gebied bijeen bracht, zou gezocht kunnen worden in de bewondering voor het ontwerp en belangstelling in de historische ontwikkeling daarvan: hoe kwam een ontwerp tot stand, waar kwamen karakteristieke vormen vandaan en wat betekent een vorm?
Centraal in de tentoonstelling staat het borstbeeld in al zijn aspecten tijdens de periode 1600-1800. Politieke figuren en hoogwaardigheidsbekleders zijn een klassiek thema van de portretkunst. Maar niet alleen politici, geleerden en adellijke dames... Lees verder >>
Centraal in de tentoonstelling staat het borstbeeld in al zijn aspecten tijdens de periode 1600-1800. Politieke figuren en hoogwaardigheidsbekleders zijn een klassiek thema van de portretkunst. Maar niet alleen politici, geleerden en adellijke dames lieten zich vereeuwigen. Tegen het einde van de 18de eeuw kregen ook beroemde actrices hun evenbeeld in marmer. We tonen portretbusten die naar het leven gemodelleerd zijn, maar ook mythologische figuren, filosofen, schrijvers en keizers of befaamde beeldhouwwerken uit de klassieke oudheid waren in de beeldhouwkunst van de 17de en 18de eeuw veel voorkomende onderwerpen.
Beeldhouwers zoals Artus Quellinus I, Lucas Faydherbe en François Duquesnoy waren ongeëvenaard in het realistisch weergeven van al deze personages. Ze genoten in hun tijd dan ook internationale faam. Bustes van mythische helden en heersers, levensechte portretten van bekende schrijvers, ijdele burgers en wulpse actrices laten de bezoeker kennis maken met de virtuositeit van deze meesters.
De tentoonstelling wordt georganiseerd in samenwerking met de Vlaamse Kunstcollectie, het structurele samenwerkingsverband tussen het Groeningemuseum Brugge, het MSK Gent en het KMSKA. Werken uit deze drie musea en in het bijzonder het belangrijke ensemble uit het KMSKA, waaronder werk van Artus I Quellinus, worden getoond naast beeldhouwwerken uit andere binnen- en buitenlandse collecties. Schilderijen, gravures en tekeningen, bijvoorbeeld van Peter Paul Rubens, illustreren de betekenis en functie van busten in de Nieuwe Tijd
Arnhemse faience is na ruim 45 jaar een nieuwe publicatie over de intrigerende productie van Arnhemse faience waarmee een leemte in de literatuur over de Nederlandse achttiende-eeuwse faience wordt gevuld. Vele nooit eerder gepubliceerde voorwerpen uit... Lees verder >>
Arnhemse faience is na ruim 45 jaar een nieuwe publicatie over de intrigerende productie van Arnhemse faience waarmee een leemte in de literatuur over de Nederlandse achttiende-eeuwse faience wordt gevuld. Vele nooit eerder gepubliceerde voorwerpen uit binnen- en buitenlandse collecties zijn er in opgenomen. Het accent ligt op de internationale stijl van de producten en hoe deze onder invloed van binnen- en buitenlandse vaklieden schilders tot stand is gekomen. Als gevolg van de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) in Saksen en Pruisen en problemen binnen een aantal fabrieken in Oost-Frankrijk trokken pottenbakkers, modelleurs en schilders weg naar onder andere Arnhem. De meegenomen decors, modellen en (geheime) kennis van kleibereiding en kleuren waren hun handelswaar en kapitaal. Om deze beïnvloeding op het Arnhemse product te laten zien, komen ook verwante Delftse, Europese en Chinese stukken aan bod.
Arnhemse faience, een nieuw standaardwerk, behandelt in essays de geschiedenis van de fabriek, de werknemers, de internationale context en de geproduceerde stukken. Vervolgens wordt een overzicht van alle tot nu toe bekende voorwerpen gegeven, inclusief merken en voorbeeldprenten.
255 kleurenfoto's
zie ook deze link roerend erfgoed http://www.cultureelerfgoed.nl/collectie/24top/fabrique
De schilderijen van Adriaen Coorte vormen een opvallende groep in de stillevenschilderkunst van rond 1700. In deze periode waren nog maar weinig gespecialiseerde stillevenschilders in de Noordelijke Nederlanden actief. Waar zijn collega’s in hun... Lees verder >>
De schilderijen van Adriaen Coorte vormen een opvallende groep in de stillevenschilderkunst van rond 1700. In deze periode waren nog maar weinig gespecialiseerde stillevenschilders in de Noordelijke Nederlanden actief. Waar zijn collega’s in hun stillevens een warme belangstelling aan de dag legden voor overdaad en weelde, vond Coorte zijn kracht juist in zeer eenvoudige voorstellingen. Het werk van Coorte is tegenwoordig enorm in trek bij kunstliefhebbers. Juist de bescheidenheid van zijn schilderijen lijkt bepalend voor zijn almaar toenemende populariteit. Deze bescheidenheid blijkt niet alleen uit de eenvoud van de onderwerpen, maar ook uit het veelal geringe formaat van de schilderijen.
Deze toegankelijke uitgave is verschenen naar aanleiding van de tentoonstelling over Coorte, een grootse ‘kleine meester’. Omdat er de laatste jaren diverse schilderijen zijn teruggevonden, is in deze publicatie een volledige beschrijving van zijn oeuvre opgenomen, de eerste die sinds 1977 verschijnt. Vrijwel alle werken in dit oeuvre-overzicht zijn in kleur afgebeeld
120 kleurenfoto's10 zwart-witfoto's
Na het eerste deel van De schilderkunst der Lage Landen, dat handelde over de middeleeuwse en zestiendeeeuwse schilderkunst, is dit het tweede deel van dit fel bejubelde overzichtswerk van de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst.De schilderkunst der Lage... Lees verder >>
Na het eerste deel van De schilderkunst der Lage Landen, dat handelde over de middeleeuwse en zestiendeeeuwse schilderkunst, is dit het tweede deel van dit fel bejubelde overzichtswerk van de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst.De schilderkunst der Lage Landen, deel 2 is gewijd aan de zeventiende en achttiende eeuw. Ghislain Kieft brengt daarin de Noord- Nederlandse schilderkunst van de Gouden Eeuw in kaart. Hij doet dat niet door een opsomming van namen en louter hoogtepunten te geven, maar door het werk van de meesters in een breed perspectief te plaatsen. De kunsthandel en de kunstmarkt, de wijze waarop artistieke carrières werden uitgestippeld en ateliers werden georganiseerd, het aantal schilderijen dat werd vervaardigd: dat alles komt aan bod, op een leesbare en toegankelijke manier.De pendant van Kiefts overzicht is geschreven door Hans Vlieghe. Hij analyseert het werk van de grote zeventiende-eeuwse meesters uit de Zuidelijke Nederlanden: Rubens, Jordaens, Van Dyck. Maar ook hier is de reikwijdte veel groter en worden vragen gesteld als: hoe beïnvloedden deze grote meesters andere, veel minder bekende schilders? Welke genres beoefenden zij? Voor wie werkten zij? Hoe werden hun schilderijen door hun opdrachtgevers gewaardeerd?
Christine Wansink, tenslotte, reconstrueert de schilderkunst in Noord- en Zuid-Nederland in de achttiende eeuw. Zij tracht duidelijke lijnen in de tijd te trekken: hoe groot was de continuïteit tussen deze achttiende-eeuwse schilders en hun voorgangers van de zeventiende eeuw? Hoe sterk was de traditie? Of poogden de achttiende-eeuwse kunstenaars vooral te vernieuwen en kondigden zij de omwentelingen van de Romantiek aan? Ook dit tweede deel is ruim geïllustreerd. Het derde deel zal gewijd zijn aan de Nederlandse en Vlaamse schilderkunst van de negentiende en de twintigste eeuw.
De schilderkunst der Lage Landen richt zich op een breed geïnteresseerd publiek van kunstliefhebbers en eenieder die zich al dan niet professioneel met kunstgeschiedenis bezighoudt.
Tevens verschenen in deze serie:De Schilderkunst der Lage Landen, deel 1De Schilderkunst der Lage Landen, deel 3
Hans Vlieghe is emeritus hoogleraar Kunstwetenschappen aan de Universiteit van LeuvenDr. Ghislaine Kieft is werkzaam als kunsthistoricus/iconoloog aan de faculteit der Letteren van de Universiteit van UtrechtChristina Wansink is werkzaam aan de faculteit der Letteren aan de Universiteit van Utrecht.