Het oeuvre van Petrus van Schendel kan tot de romantische school worden gerekend, maar neemt daarbinnen wel een heel eigen plaats in. Al vroeg koos Van Schendel voor het specialisme dat hem beroemd zou maken: minutieus geschilderde markttaferelen bij... Lees verder >>
Het oeuvre van Petrus van Schendel kan tot de romantische school worden gerekend, maar neemt daarbinnen wel een heel eigen plaats in. Al vroeg koos Van Schendel voor het specialisme dat hem beroemd zou maken: minutieus geschilderde markttaferelen bij maan- en kaarslicht. Daarmee plaatste hij zich in de traditie van het caravaggisme, een stroming die zich bezighield met de toepassing van het clair-obscur. Ook de olielamp, het gaslicht, (Bengaals) vuur en zelfs elektrisch licht kregen een plaats in zijn werk. Veel kunstbroeders uit Nederland en België lieten zich door Van Schendel beïnvloeden, maar geen van hen behaalde zijn niveau. Behalve avondlijke genretaferelen schilderde Van Schendel ook landschappen, interieurs, historiestukken en portretten, waarin de subtiele lichtinval opvalt. Halverwege de negentiende eeuw behoorde hij tot de best betaalde schilders uit de Nederlanden. Koning Willem II, koningin Victoria en koning Leopold I behoorden tot zijn klantenkring. De auteur voert ons in dit rijk geïllustreerde boek door het leven van Van Schendel met zijn vele hoogte- en dieptepunten. De schilder werd geboren in Terheijden nabij Breda, woonde en werkte in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag maar bracht het grootste deel van zijn loopbaan door in Brussel. De mogelijkheden voor exposeren en afzetten van kunst waren in België beduidend groter, zodat veel Nederlandse kunstenaars daarheen trokken. Van Schendel manifesteerde zich ook als uitvinder en maakte verscheidene ingenieuze technische ontwerpen. Zijn sociaal engagement blijkt onder meer uit een voorstel voor de ontginning van De Kempen ter bestrijding van de voedselcrisis. Een belangrijk overgeleverd document is Van Schendels liber veritatis. Dit schetsboek geeft een gedetailleerd overzicht van het werk van de schilder uit de jaren 1822-1838. Het bevat ook tekeningen van en gegevens over schilderijen die niet meer te traceren zijn. Dit alles maakt het tot een boeiend ‘dagboek’ van zijn werkzaamheden in zijn vroege periode. De bijgevoegde cd-rom bevat een facsimile van het complete liber veritatis, tal van nooit eerder gepubliceerde documenten over leven en werk van deze interessante negentiende-eeuwse meester, en een volledige Franse vertaling.256 pag., gebonden, ca. 350 ill
Artiest, kosmopoliet, vriend, minnaar en levensgenieter. De schilder Isaac Israels (1865-1934) leefde voornamelijk in Den Haag. Op flamboyante wijze vereeuwigde hij de bruisende stad en de badplaats Scheveningen waar mondaine vrouwen flaneerden en... Lees verder >>
Artiest, kosmopoliet, vriend, minnaar en levensgenieter. De schilder Isaac Israels (1865-1934) leefde voornamelijk in Den Haag. Op flamboyante wijze vereeuwigde hij de bruisende stad en de badplaats Scheveningen waar mondaine vrouwen flaneerden en meisjes in witte jurkjes op het strand speelden. Den Haag werd onder zijn handen een plek waar de zon altijd scheen, met winkelgalerijen, uitgaanspubliek en kleurrijk theater.
Recensie(s)
De kosmopolitische kunstschilder Isaac Israels (1865-1935) was Hagenaar van geboorte en overleed daar ook. In tegenstelling tot zijn vader Josef hanteerde hij in zijn werk van jongs af aan een licht palet en een vlotte toets. Hij was thuis in bijna alle mondaine steden van Europa en hoewel briljant, een harde werker die een enorm oeuvre naliet van vooral figuurstukken, portretten en schetsboeken. Deze uitgave verschijnt ter gelegenheid van vijf gelijktijdige Haagse tentoonstellingen* in het Haags Historisch Museum, Muzee Scheveningen, het Louis Couperus Museum, Panorama Mesdag en het Haags Gemeentearchief. De auteur en samenstelster heeft zijn werk uit de Haagse perioden uitgekozen en beschreven. Zeer consciëntieus, maar toch goed leesbaar komen o.a. aan bod de beginjaren, zijn Amsterdamse periode, het strandleven, het leven in Den Haag en talrijke vrouwenportretten. Het boek heeft ca. 120 goede illustraties, waarvan negentig in kleur en dertig oude foto’s. De literatuuropgave behelst vooral titels over Haagse geschiedenis met betrekking tot de kunstenaar. Voor liefhebbers van Haagse historie een must-see, voor liefhebbers van de Haagse School een welkom deelaspect van een geliefd kunstenaar.
De impressionisten Arnold (1860-1945) en Edzard Koning (1869-1954) zijn bekende en geliefde kunstenaars. Edzard verwierf onder andere bekendheid als illustrator van 'De kleine Johannes' en de 'Verkade Albums'. Arnold heeft, mede beïnvloed door zijn... Lees verder >>
De impressionisten Arnold (1860-1945) en Edzard Koning (1869-1954) zijn bekende en geliefde kunstenaars. Edzard verwierf onder andere bekendheid als illustrator van 'De kleine Johannes' en de 'Verkade Albums'. Arnold heeft, mede beïnvloed door zijn vriendschap en correspondentie met Vincent van Gogh, prachtige landschapsschilderijen nagelaten. Zoals alle impressionisten van de Haagse School, waren zij onvervalste romantici die geloofden in een bezielde natuur. Hun werkend leven werd gekenmerkt door een 'vlucht naar voren', via Parijs en Den Haag, weg van de verstedelijking en industrialisatie en terug naar de natuur op de stille Veluwe, bij de landgoederen langs de IJssel, rond Ede en Nunspeet, om uiteindelijk in het Veluwse Voorthuizen tot rust te komen. Het gebied van de IJssel tot aan de Zuiderzee was hun grote inspiratiebron. Daarnaast zwierven zij door Nederland, van Friesland naar Zeeland, om hun impressies in beeld te brengen. Kunsthistorica Elizabeth Yates, kleindochter van Edzard Koning, plaatst leven en werk van de gebroeders Koning tegen de culturele achtergrond van het dynamische tijdperk rond 1900.
Recensie(s)
Deze kleurrijk geillustreerde uitgave plaatst de levens van de schilders en broers Arnold (1860-1945) en Edzard Koning (1869-1954) tegen de achtergrond van het dynamische tijdperk rond 1900. Deze impressionisten waren in hun eigen tijd bekende en geliefde kunstenaars. Hun werken werden veelvuldig in binnen- en buitenland tentoongesteld. Edzard verwierf o.a. bekendheid als illustrator van De kleine Johannes en de Verkade-albums. Arnold heeft, mede beinvloed door zijn vriendschap met Vincent van Gogh, prachtige landschapsschilderijen nagelaten. Elizabeth Yates, kunsthistorica en kleindochter van Edzard Koning publiceerde dit boek bij de dubbelexpositie 'Konings Kunst, van Parijs tot de Veluwe'* in het Veluws Museum Nairac te Barneveld en Stadsmuseum Harderwijk. Het laat een breed scala zien: sfeervolle stads- en dorpsgezichten, landschappen en riviergezichten, natuurstudies en portretten, grafiek, schetsboeken en aquarellen van de Verkade-albums. Een bibliografie en een samenvatting in het Engels maken het toegankelijk voor een groot publiek.
Dit is de eerste serieuze, diepgravende biografie over Vincent van Gogh in meer dan 75 jaar. Een van de beroemdste kunstenaars aller tijden moest het tot nu toe stellen zonder gedegen beschrijving van zijn leven en werk. Het gelouwerde biografenduo... Lees verder >>
Dit is de eerste serieuze, diepgravende biografie over Vincent van Gogh in meer dan 75 jaar. Een van de beroemdste kunstenaars aller tijden moest het tot nu toe stellen zonder gedegen beschrijving van zijn leven en werk. Het gelouwerde biografenduo Steven Naifeh en Gregory White Smith heeft deze ambitieuze taak op zich genomen _ en met een subliem resultaat.Over Vincent van Gogh doen veel verhalen de ronde; maar van al die verhalen is nooit duidelijk geweest of ze nu waar zijn of niet. Naifeh en Smith hebben gebruikgemaakt van alle bronnen waarop zij de hand konden leggen. Natuurlijk zijn er Van Goghs eigen brieven, maar ook vonden ze honderden ongepubliceerde brieven uit zijn familiekring, die veel vertellen over de dwaaltochten van de getroebleerde schilder, zijn vroege pogingen om een plaats in de wereld te veroveren, zijn intense relatie met zijn broer Theo, en zijn vertrek naar de Provence, waar een korte uitbarsting van ongekende productiviteit een aantal van de meest geliefde schilderijen ter wereld opleverde. Maar ook Van Goghs diepe betrokkenheid bij literatuur en kunst komt aan de orde, zijn chaotische romantische avonturen, en de merkwaardige omstandigheden rond het pistoolschot dat hem op 37-jarige leeftijd het leven benam.Naifeh en Smith vertellen Van Goghs levensverhaal buitengewoon levendig en met een diep psychologisch inzicht, dat een compleet nieuw beeld oplevert van dit unieke artistieke genie. Hun boek zal de definitieve biografie van de schilder blijken.Steven Naifeh en Gregory White Smith schreven verschillende boeken over kunst en andere onderwerpen, waaronder vier New York Times-bestsellers. Hun magistrale biografie Jackson Pollock. An American Saga won de Pulitzer Prize en was een finalist voor de National Book Award.Over Jackson Pollock:'Monumentaal en indrukwekkend.'the washington post'Ongelooflijk. Een bijzonder boeiend werk, vol verbazingwekkend onderzoek.'chicago sun-times'Briljant en definitief, met zo'n fascinerende verteldrift en zo perfect gedetailleerd dat het alles wat hiervoor is geschreven doet lijken op probeersels.'the philadelphia inquirer
Na de – overigens zeer blijde – intrede van James Ensor in Ludions merchandisingaanbod, konden we niet meer om de grote Oostendse meester heen. Het werd tijd een nieuw boek aan hem te wijden. En wel over zijn meest gekende en in meerdere betekenissen... Lees verder >>
Na de – overigens zeer blijde – intrede van James Ensor in Ludions merchandisingaanbod, konden we niet meer om de grote Oostendse meester heen. Het werd tijd een nieuw boek aan hem te wijden. En wel over zijn meest gekende en in meerdere betekenissen grootste werk: De Intrede van Christus in Brussel in 1889, thans in het Getty Museum in Los Angeles. Wat de Guernica is voor Spanje en de wereldvrede, en het barokke geweld van Rubens voor het katholieke Antwerpen nà de Spanjaarden, is deze Intrede voor de maskerade en de belgitude. Onnoembare gevoelens van onbehagen, stil protest, surrealisme, potsierlijkheid, absurde situaties, transcendentie: het zit er allemaal in. Het visionaire 'what if'-scenario dat zich op het doek afspeelt, is ontluisterend, sensationeel, en niet te vergeten: bijzonder kleurrijk.Al die aspecten probeert dit boek eruit te lichten en te benadrukken met behulp van zorgvuldig uitgekozen en afgemeten details, die letterlijk inzoomen op de burleske figuren in de stoet. De 'whodunnit' die de Intrede óók een beetje is, wordt er op slag gemakkelijker, maar niet minder interessant door. De kleurrijke personages wordt daarbij natuurlijk alle eer aangedaan. Verder wijdt auteur Patricia G. Berman hoofdstukken aan direct of indirect verwante thema's, zoals het urbanisme en de Belgische kunstscène in Ensors tijd, de ontstaansgeschiedenis van het doek, en ook de politiek van toen en het bewind van Leopold II passeren de revue. Tenslotte focust Berman op de rol van de kunstenaar als rebel, maar ook als, jawel, 'verlosser'...Ontdek of herontdek de wereld van James Ensor, en van De Intrede van Christus in Brussel in 1889, een spandoek van een meesterwerk.
Ensor ontmaskerd voert de lezer mee naar het atelier van de kunstenaar en werpt een blik op zijn denkwereld en artistieke evolutie. 'Prins der schilders', voorloper van het surrealisme maar nog meer verwant met Bruegel en Goya: James Ensor zou 150... Lees verder >>
Ensor ontmaskerd voert de lezer mee naar het atelier van de kunstenaar en werpt een blik op zijn denkwereld en artistieke evolutie. 'Prins der schilders', voorloper van het surrealisme maar nog meer verwant met Bruegel en Goya: James Ensor zou 150 geworden zijn in 2010. Een ideale gelegenheid voor ING om in coproductie met het KMSKA en het Paleis voor Schone Kunsten door te dringen tot de leefwereld van de productieve kunstenaar. Ensor was niet alleen een creatief genie maar ook een getroebleerde persoonlijkheid, met een even sterke fascinatie voor het licht als voor de dood. Voor dit uitzonderlijke project verhuist de grootste Ensorverzameling ter wereld haast integraal naar het ING Cultuurcentrum te Brussel. Het betreft met name de onschatbare collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA), dat in 2011 de deuren sluit voor een grondige renovatie - meer dan 30 schilderijen en 150 tekeningen, aangevuld met tientallen foto"s en diverse, nooit eerder vrijgegeven persoonlijke documenten. Een onvermoede blik, open en bloot, op de geheimen van een kind met een hoofd vol dromen dat uitgroeit tot een toonaangevend kunstenaar. Ensor eindelijk ontmaskerd!
De Groninger kunstenaar Otto Eerelman (1839-1926), afkomstig uit een arm arbeidersgezin, groeide in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot de belangrijkste schilder van paarden en honden in Nederland. Kunsthistoricus Harry J. Kraaij werpt een... Lees verder >>
De Groninger kunstenaar Otto Eerelman (1839-1926), afkomstig uit een arm arbeidersgezin, groeide in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot de belangrijkste schilder van paarden en honden in Nederland. Kunsthistoricus Harry J. Kraaij werpt een gedetailleerd licht op het oeuvre van Eerelman, dat naast honden- en paardenschilderijen ook bloemstillevens, stadsgezichten, landschappen, portretten en genreschilderijen omvat. Hij plaatst Eerelman als kunstenaar binnen de Nederlandse dierschilderkunst én in een Europese context.Eerelman voltooide zijn kunstopleiding aan de academie Minerva. Het was zijn droom om naam te maken als historieschilder. Om deze reden studeerde hij aansluitend aan de Koninklijke Academie te Antwerpen. Door het veranderende kunstklimaat stelde hij zijn ambitie bij en hij richtte zich op de genreschilderkunst. Om zijn geluk te beproeven verhuisde hij in 1874 van Groningen naar Brussel, waar veel van zijn academiegenoten carriere hadden gemaakt. Door zijn beheersing van vrijwel alle specialisaties dacht hij eenvoudig zijn weg te kunnen vinden in het rijkere bourgeoisiemilieu van België. Zijn stijl en thematiek werd daar echter te behoudend gevonden. In 1876 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Den Haag waar hij al snel opgenomen werd in het kunstcircuit van Pulchri Studio en de Hollandsche Teeken-Maatschappij. Hij ontdekte dat zijn geschilderde dieren zeer goed werden ontvangen. In de jaren tachtig maakte hij daarom een ommezwaai naar de dierschilderkunst en werd succesvol in alle facetten van deze specialisatie. Dierportretten, circusscènes, jachttaferelen, anekdotische werken, interieurs met honden en encyclopedische werken. Niet alleen voltooide hij talrijke opdrachten van burgers en adel, ook van het Koningshuis kreeg hij vele opdrachten. In 1902 trok hij wederom naar Groningen, waar hij binnengehaald werd als de 'Noordelijke Rembrandt'. Hij verkreeg het ereburgerschap en werd opgenomen in de Huisorde van Oranje. Bovendien ontving hij bij zijn tachtigste verjaardag de opdracht van de gemeente Groningen voor het schilderen van het Gronings ontzet, dat Eerelman situeerde rond de jaarlijks paardenkeuring op de Grote Markt. Eerelman overleed in 1926 als weduwnaar zonder kinderen. Zijn ateliernalatenschap en inboedel werd per opbod verkocht. Het Groninger Museum verkreeg een groot legaat, dat zich nog steeds in de collectie bevindt.
Zouden Claude Monet, Camille Pissarro, Pierre-Auguste Renoir en Alfred Sisley hebben voorzien hoe beroemd en invloedrijk hun werk zou worden? Dat het impressionisme zou uitgroeien tot een van de meest geliefde kunststromingen aller tijden? De voortekenen... Lees verder >>
Zouden Claude Monet, Camille Pissarro, Pierre-Auguste Renoir en Alfred Sisley hebben voorzien hoe beroemd en invloedrijk hun werk zou worden? Dat het impressionisme zou uitgroeien tot een van de meest geliefde kunststromingen aller tijden? De voortekenen waren verre van gunstig. Hun werkwijzen en opvattingen gingen regelrecht in tegen de heersende academische traditie en schokten de starre Franse kunstwereld. De kleurrijke en vaak in de openlucht geschilderde werken werden fel bekritiseerd. Een Parijse kunstcriticus sprak in 1874 spottend van 'les impressionistes'. Het werd hun geuzennaam.Dit boek brengt de impressionisten samen met hun voorgangers, tijdgenoten en navolgers. De rijke collectie van de Hermitage in St.-Petersburg biedt de gelegenheid om meesterwerken van Monet, Renoir en Pissarro te plaatsen naast werk van de gevestigde namen uit hun tijd, zoals Delacroix, Gérôme en Corot, en naast dat van navolgers als Gauguin en Cézanne. Gezamenlijk geven de schilderijen, sculpturen en tekeningen een beeld van vijf decennia Franse kunst én van de impressionisten in hun tijd. Tevens schenkt het boek aandacht aan alle schilderijen die de Hermitage bezit van Vincent van Gogh. Deze werken mogen niet reizen en kunnen dus niet in Amsterdam tentoongesteld worden, maar zijn in dit boek alle afgebeeld en beschreven.
In combinatie met zijn twee schilderende broers is Willem Maris (1844- 1910) een populair onderwerp geweest van tentoonstellingen en publicaties. Solo is zijn werk echter tot nu nooit voor het voetlicht gebracht. Deze vlotte, overzichtelijke publicatie... Lees verder >>
In combinatie met zijn twee schilderende broers is Willem Maris (1844- 1910) een populair onderwerp geweest van tentoonstellingen en publicaties. Solo is zijn werk echter tot nu nooit voor het voetlicht gebracht. Deze vlotte, overzichtelijke publicatie beschrijft de ontwikkeling van een jonge talent tot een van de belangrijkste en meest productieve vertegenwoordigers van de Haagse School. Net als zijn collega's koos Maris een specialisme dat hij zijn hele leven trouw bleef. Hij schilderde voornamelijk 'koeien aan een plas' en 'eenden aan de slootkant', maar behaalde er in binnen- en buitenland veel succes mee. Zijn uit brede, impressionistische verfstreken opgebouwde schilderijen lijken te vibreren van licht. Zelf zei hij daarover: 'Ik schilder geen koeien, maar lichteff ecten.' Er wordt in de vormgeving op illustratieve wijze aandacht gegeven aan hoe Maris' werk werd ontvangen en aan het contemporaine taalgebruik in de beschrijvingen van zijn schilderijen. Dit alles plaatst zowel Maris als de negentiende-eeuwse kunstwereld in context.
De belangstelling voor Jan Toorop stijgt snel: ieder jaar verschijnen nieuwe studies over hem, en zijn werk komt uit de kelders van onze musea weer naar de tentoonstellingszalen. Alleen al daarom is dit nieuwe boek welkom. Maar het biedt iets extra’s:... Lees verder >>
De belangstelling voor Jan Toorop stijgt snel: ieder jaar verschijnen nieuwe studies over hem, en zijn werk komt uit de kelders van onze musea weer naar de tentoonstellingszalen. Alleen al daarom is dit nieuwe boek welkom. Maar het biedt iets extra’s: het overstijgt de grenzen van de kunstgeschiedenis. De schrijver kent Toorops tijd als de buurt waar hij is opgegroeid, hij houdt zich al een halve eeuw met de schilder bezig en beschrijft zijn leven van heel dichtbij.
Vaktermen worden vermeden: het boek is eerder een wandeling door Toorops kinderjaren in Oost-Indië, zijn vormingstijd in de Pijp in Amsterdam, zijn wilde periode in Brussel… zijn wisseling van impressionisme naar symbolisme, van schuimende Jugendstil naar strakke Art Déco… en de jaren dat de moegestreden meester, half verlamd door syfilis, bij voorkeur Madonna’s tekende.
Door dat alles van nabij te volgen, ziet de lezer in Toorops schilderijen zoveel méér dan alleen mooie plaatjes. Hij ondergaat dit boek als een ontdekkingsreis.
De naturalistische school verkondigt dat kunst de uitdrukking is van het leven in al zijn uitingen en stadia, met als enige doel de natuur te reproduceren in haar maximale kracht en intensiteit: het leven in evenwicht met de wetenschap. De studie van de... Lees verder >>
De naturalistische school verkondigt dat kunst de uitdrukking is van het leven in al zijn uitingen en stadia, met als enige doel de natuur te reproduceren in haar maximale kracht en intensiteit: het leven in evenwicht met de wetenschap. De studie van de Salon-schilders tijdens het laatste kwart van de 19de eeuw en de eerste twintig jaar van de 20ste eeuw, ruwweg tussen 1880 en het einde van Wereldoorlog I, laat zien hoe een homogene schilderstijl de artistieke productie domineerde, vanwaar deze kunstenaars ook afkomstig waren. Als je de werken van de Franse kunstenaars of sommige Amerikaanse schilders niet specifiek kent, is het soms moeilijk om ze op te delen in een Franse of Amerikaanse school. Hetzelfde geldt voor werken die gemaakt werden in Duitsland, Scandinavie, Centraal-Europa of zelfs Spanje en Italie. We kunnen ons afvragen waardoor deze egalisering van de typische artistieke kenmerken van specifieke regio"s of landen ontstond? Als een teletijdmachine ons zou kunnen terugflitsen naar de jaren 1880 of 1910, om er de jaarlijkse tentoonstellingen in Parijs te bezoeken waar kunstenaars uit alle landen hun werk tentoonstelden - de beruchte Salons -, dan zou dat ons niet veel wijzer maken. Daar zouden we het werk van kunstenaars uit talrijke landen zien samenhangen, zonder logische volgorde. We zouden ongetwijfeld nog dezelfde verwarring voelen.. Op het moment dat kunstenaars over de hele wereld een onderling verwisselbare visuele stijl creeerden, kozen ze ook thema"s die gemeenschappelijke moderne kwesties onderzochten. Ze maakten de kunst relevant voor een breed publiek, door te focussen op onderwerpen die dieper ingingen op thema"s die intrinsiek waren voor het platteland of het stadsleven. Vaak focusten schilders op de wijzigende situatie van de landbouwers door de industrialisering, of op de benarde toestand van de arbeiders in de steden; op dezelfde manier besteedden ze veel aandacht aan het maken van afbeeldingen van het 'goede leven'. In alle landen spanden de kunstenaars zich duidelijk in om te laten zien hoe 'de mensen' hun dagelijkse leven leidden, in een grensoverschrijdende en makkelijk begrijpbare stijl.. Exhibitions: Van Gogh Museum Amsterdam, 8/10/2010 - 16/1/2011, Ateneum Kunstmuseum, Helsinki, February - June 2011.
Het atelier van de 19de-eeuwse kunstenaar was een werkplaats, maar ook een ontmoetings- en marktplaats. Werkkamer en atelierpraktijk werden gebruikt om het imago van de kunstenaar vorm te geven en droegen bij aan de totstandkoming van het romantische... Lees verder >>
Het atelier van de 19de-eeuwse kunstenaar was een werkplaats, maar ook een ontmoetings- en marktplaats. Werkkamer en atelierpraktijk werden gebruikt om het imago van de kunstenaar vorm te geven en droegen bij aan de totstandkoming van het romantische beeld van de kunstenaar.
In de 19de eeuw verandert de schilder van een eenvoudige handwerksman in een 'pictor doctus', een kunstenaar die met zijn hoofd werkt. De kunstenaar wordt steeds meer een genie en profileert zich ook als zodanig. Tegelijk kent de eeuw tal van technische ontwikkelingen. Voor de schilderkunst was misschien wel de belangrijkste de uitvinding van de verftube rond 1840. Daardoor werd het schilderen in de buitenlucht een stuk eenvoudiger.
Mythen van het atelier is een fascinerend, toegankelijk, rijk geïllustreerd boek over een belangrijk aspect van de 19de-eeuwse schilderpraktijk. Het boek, met bijdragen van tal van specialisten, biedt inzicht in de atelierpraktijken van grote meesters als Breitner, Israels, Toorop, Koekkoek, Tadema en vele anderen.
De uitgave verschijnt in samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD).