Shigeru Ban (geboren in Tokyo in 1957) bezocht SciArc in Californië en haalde zijn graad aan de Cooper Union School of Architecture in New York. Met zijn basis in Tokyo en Parijs daagt hij de geaccepteerde waarden en normen in de architectuur consequent... Lees verder >>
Shigeru Ban (geboren in Tokyo in 1957) bezocht SciArc in Californië en haalde zijn graad aan de Cooper Union School of Architecture in New York. Met zijn basis in Tokyo en Parijs daagt hij de geaccepteerde waarden en normen in de architectuur consequent uit, door bijvoorbeeld het ontwerp van een huis zonder muren of een tentoonstellingsruimte gemaakt van papieren buizen en scheepscontainers. Nu een van zijn belangrijkste werken - het Centre Pompidou-Metz in oost Frankrijk - haar voltooiing nadert, gaat deze monografie, samengesteld in samenwerking met de architect, zijn hele carrière na met ieder gebouwd werk en laat duidelijk zien waarom hij een van ´s werelds meest innovatieve en belangrijke architecten is. Hij wordt wel de ‘Paper Architect’ genoemd, omdat hij vaak bamboe, papier en kartonnen buizen als een structureel element gebruikt.
Een film van MARK KIDEL · Documentaire van een bijzondere architect· Een film over passie en perfectionisme · High-tech architectuurDe luchthaven van Hongkong, de "Augurk" in Londen, het viaduct van Millau -- al deze constructies dragen het merk van de... Lees verder >>
Een film van MARK KIDEL · Documentaire van een bijzondere architect· Een film over passie en perfectionisme · High-tech architectuurDe luchthaven van Hongkong, de "Augurk" in Londen, het viaduct van Millau -- al deze constructies dragen het merk van de belangrijkste architect van deze tijd: Norman Foster. De Brit wordt beschouwd als de meester van moderne high-tech architectuur en is sinds kort erkend voor zijn innovatieve reconstructies van historische gebouwen. Deze documentaire belicht de artistieke ontwikkeling en de persoonlijkheid van de vaak gehonoreerde architect en ontwerper.Vanuit zijn kantoor in London of onderweg zijnde spreekt Foster over legendarische projecten uit de jaren 1980 en '90, zoals de Reichstag in Berlijn, de Carre d'Art in Nîmes of de televisietoren in Santiago de Compostela.Geluids Formaat: Dolby Digital 2.0 - Beeld Formaat: 4:3 Voice over: D, GB - MenuTalen: D, GB Ondertitelin:GB - Speelduur: 53 min
Het tweede deel van de definitieve publicatie over de grootste Amerikaanse architect aller tijden. Deze in totaal driedelige monografie bevat alle (ongeveer 1100) ontwerpen van Wright, zowel de gerealiseerde als de niet gerealiseerde. Deze collectie,... Lees verder >>
Het tweede deel van de definitieve publicatie over de grootste Amerikaanse architect aller tijden. Deze in totaal driedelige monografie bevat alle (ongeveer 1100) ontwerpen van Wright, zowel de gerealiseerde als de niet gerealiseerde. Deze collectie, gemaakt in samenwerking met The Frank Lloyd Wright Archives in Taliesin, Arizona, is een zeer diepgaande studie van en eerbetoon aan het leven en werk van Wright.Deel twee begint met de jaren die hij in Japan werkte, voornamelijk aan het Imperial Hotel, gevolgd door persoonlijke verwarring; eind 1922 ging Wright scheiden van zijn eerste vrouw Catherine en het jaar daarop trouwde hij met Miriam Noel. Echter na amper zes maanden was ook dit huwelijk ten einde. Kort daarna trouwde Wright met zijn derde vrouw Olgivanna. In deze moelijke tijd kwam hij ook in financiële problemen waardoor hij geen huis en studio meer had. In die tijd begon hij met het schrijven van artikelen voor tijdschriften en zijn autobiografie (1932). Later kreeg hij de kans om te bouwen op nieuwe concepten en in nieuwe regio's. Zo realiseerde hij het beroemde Ennis huis in Los Angeles en in 1936 voltooide hij het Herbert Jacobs huis, ontworpen om betaalbaar te zijn voor de gemiddelde Amerikaanse familie. In hetzelfde jaar verhuisde hij naar Arizona, op de leeftijd van 71 jaar, en begon een ruig nieuw leven in de woestijn en startte met het bouwen van het Taliesin West complex samen met zijn studenten. Hij kreeg nog een gouden medaille van het Royal Institute of British Architects in Londen en ging terug om te zien hoe zijn Johnson Administration Building met grote fanfare werd geopend.
Vijftig jaar na zijn dood wordt Frank Lloyd Wright wereldwijd geprezen als geniale geest die meer invloed heeft gehad op design dan enig andere 20ste-eeuwse architect. Hij herformuleerde huiselijke, commerciële, gewijde en culturele ruimtes en verlegde... Lees verder >>
Vijftig jaar na zijn dood wordt Frank Lloyd Wright wereldwijd geprezen als geniale geest die meer invloed heeft gehad op design dan enig andere 20ste-eeuwse architect. Hij herformuleerde huiselijke, commerciële, gewijde en culturele ruimtes en verlegde steeds opnieuw de grenzen van de bouwkunst, tot vaste muren oplosten in schermen van sierglas, daken en terrassen leken te zweven, afgesloten kamers plaatsmaakten voor open wonen en gebouwen veranderden in beeldende kunstwerken. Zijn levenslange streven 'barrières te schlechten' en organische architectuur te creëren – in harmonie met tijd en plaats, verlevendigd door daglicht en geïntegreerd in de locatie – inspireerden hem tot innovaties waarin hij zijn tijd ver vooruit was. De visie van Frank Lloyd Wright kwam voort uit een passie voor schoonheid, waarheid, creatieve avonturen en Moeder Kunst.
Het Architectenboek deel zeven gaat over de corporate identity van opdrachtgevers en alle andere beperkingen waarmee architecten/ontwerpers in het dagelijks leven worstelen wanneer zij proberen hun creatieve impulsen gestalte te geven. Het boek is... Lees verder >>
Het Architectenboek deel zeven gaat over de corporate identity van opdrachtgevers en alle andere beperkingen waarmee architecten/ontwerpers in het dagelijks leven worstelen wanneer zij proberen hun creatieve impulsen gestalte te geven. Het boek is bijzonder omdat het, anders dan in vele andere boeken, in de verschillende interviews (sowieso al uniek) ook ingaat op de zaken die de creativiteit van de ontwerper/architect juist fnuiken. Behalve de successen komen dus ook de frustraties over ‘slechte opdrachtgevers’ aan bod. Dat maakt het boek niet alleen vermakelijk, maar ook erg leerzaam: wanneer opdrachtgevers zich bewust zijn van de wensen, ideeën én frustraties van architecten/ontwerpers, is het wellicht mogelijk om in de toekomst tot een betere samenwerking te komen. Het Architectenboek deel zeven kent tal van hoogtepunten. Architecten die worden uitgenodigd om te spreken over hun beperkingen en frustraties blijken de ene anekdote na de andere uit hun mouw te kunnen schudden. En dat levert prachtige verhalen op. Een willekeurige greep uit de opgetekende wetenswaardigheden:Jan des Bouvrie – de goeroe van het witte interieur – bekent in het Architectenboek deel zeven dat hij één keer een zwart interieur heeft ontworpen, en wel vlak na zijn scheiding. “Ik ben bang dat ik mijn opdrachtgever toen met mijn eigen depressie heb opgezadeld.”Architect Koen van Velsen heeft geen goed woord over voor de soms ‘onmenselijke’ zorgarchitectuur in ons land: “Het gemiddelde ziekenhuis in ons land is uitgevoerd met witte muren, systeemplafonds, TL en Marmoleum. Dat zijn écht de iconen van de ziekenhuisinrichting.”Ontwerpster Ineke Hans maakt zich vrolijk over ontwerp-studenten die denken dat het leven van een designer glamorous is. “Ik kom wel eens op designopleidingen en zie dan soms studenten lopen die echt ‘designertje spelen’ – de juiste bril, eigenzinnige kleding, je kent het wel – maar daar gaat het in mijn vak uiteindelijk natuurlijk helemaal niet om. Om je te ontwikkelen als ontwerper moet je echt jarenlang hard werken op basis van een eigen visie.”NL Architect Kamiel Klaasse heeft bedenkingen bij de huidige duurzaamheidsmode: “Duurzaamheid moet niet een té overheersend thema worden dat andere belangrijke ontwerpaspecten overvleugelt. Want op dat moment verandert duurzaamheid van een positief aspect in een gevaarlijke doctrine.” De bekende ontwerper Piet Boon pakt zijn architecturale projecten anders aan dan ‘gewone’ architecten: “Wij beginnen een ontwerp dus altijd van binnenuit en het exterieur ontstaat logisch vanuit de keuzes in het interieur. Architecten werken vaak andersom: zij bedenken eerst een mooie gevel en onderzoeken vervolgens hoe ze binnen dat gegeven een functionerende binnenruimte kunnen realiseren.”Interieurarchitect Evelyne Merkx vermoedt dat haar vak vaak onderschat wordt: “Het bijzondere aan onze projecten is dat het ons lukt is om ruimtes er totaal vanzelfsprekend uit te laten zien. Maar daar is dus heel veel denkwerk voor nodig.”Deze én tal van andere anekdotes – bijvoorbeeld over het houten vlot van 2012Architecten, de grijze auto van NL Architects, Koen van Velsens afkeer van Veronica-blauw en de olifant van Jan des Bouvrie – is te lezen in het Architectenboek deel zeven.
Pierre Cuypers (1827–1921) is bekend als architect van onder meer het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. In deze studie wordt aangetoond dat de werken van Cuypers meer zijn dan een toevallige reeks gebouwen: ze vormen een oeuvre dat... Lees verder >>
Pierre Cuypers (1827–1921) is bekend als architect van onder meer het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. In deze studie wordt aangetoond dat de werken van Cuypers meer zijn dan een toevallige reeks gebouwen: ze vormen een oeuvre dat uitdrukking geeft aan een idee. Aart Oxenaar beschrijft de ontwikkeling van Cuypers door diens denken en werken systematisch en chronologisch met elkaar in verband te brengen. Centraal daarbij staat de omslag in het werk van een archeologisch zuivere neogotiek, via een gotisch eclecticisme naar het ontwikkelen van eigen, eclectische stijlvormen gebaseerd op een ‘logische’ of ‘rationele’ ontwerpmethode ontleend aan de gotiek. Het boek is rijk geïllustreerd met originele schetsen en tekeningen van Cuypers, aangevuld met historische foto’s die de gebouwen kort na oplevering in hun context tonen.
Aart Oxenaar (1958) studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Met steun van NWO deed hij aansluitend onderzoek naar het werk van P.J.H. Cuypers. Daarna werkte hij voor het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam als publicist en tentoonstellingsmaker. Hij was oprichtend coördinator van het Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Tilburg. Sinds 1998 is hij directeur van de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Daarnaast was en is hij actief in het ruimtelijk-advieswerk, onder andere als lid van het kwaliteitsteam IJburg en voorzitter van de Commissie voor Welstand en Monumenten Amsterdam en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Haarlem. Naast zijn architectuurhistorisch werk, vooral gericht op de negentiende eeuw, publiceerde hij over hedendaagse architectuur in Nederland.
De term ‘starchitect’, afgeleid van star + architect, wordt gebruikt als architecten wereldwijd faam bereikt hebben. Deze architecten worden min of meer als idolen beschouwd en zijn in sommige gevallen bij het grote publiek bekend. De werken van deze... Lees verder >>
De term ‘starchitect’, afgeleid van star + architect, wordt gebruikt als architecten wereldwijd faam bereikt hebben. Deze architecten worden min of meer als idolen beschouwd en zijn in sommige gevallen bij het grote publiek bekend. De werken van deze architecten zijn vaak iconen en erg aanwezig binnen de context waarin ze gebouwd zijn. Ze leveren vaak het ‘WOW-effect’ op. Dit boek bespreekt onder anderen de starchitecten Souto de Moura, Norman Foster, Renzo Piano, René van Zuuk, UNStudio, MVRDR aan de hand van de bekendste werken.
De definitieve publicatie over de grootste architect van Amerika.Frank Lloyd Wright (1867-1959) wordt algemeen beschouwd als de beste Amerikaanse architect aller tijden, en inderdaad, zijn werk was de voorganger van het moderne tijdperk en blijft vandaag... Lees verder >>
De definitieve publicatie over de grootste architect van Amerika.Frank Lloyd Wright (1867-1959) wordt algemeen beschouwd als de beste Amerikaanse architect aller tijden, en inderdaad, zijn werk was de voorganger van het moderne tijdperk en blijft vandaag de dag nog van grote invloed.De driedelige monografie laat alle ontwerpen van Wright zien (ongeveer 1100), zowel de gerealiseerde als de niet gerealiseerde. Deze collectie, gemaakt in samenwerking met The Frank Lloyd Wright Archives in Taliesin, Arizona, is een zeer diepgaande studie van en eerbetoon aan het leven en werk van Wright. Deel 3 gaat over de jaren na de Tweede Wereldoorlog en de periode waarin hij nog leefde. Van zijn Prairie Houses (getypeerd door het Robie House) in het begin tot het Usonian concept home en progressieve ‘levende architectuur’ gebouwen tot de latere projecten zoals het Guggenheim Museum in New York en de ontwikkeling van zijn fantastische visie op een betere toekomst via zijn concept van de ‘levende stad’; al deze fasen van de carrière van Wright worden uitgebreid beschreven en geïllustreerd in deze uitgave.De schrijver en Wright expert Bruce Brooks Pfeiffer belicht het laatste onderzoek en geeft een nieuw inzicht in zijn werk, voorzien van nieuwe dagtekening voor vele van zijn plannen en huizen. Een overvloed aan persoonlijke foto´s geeft de lezer het gevoel hoe het was om te werken met Frank Lloyd Wright, die iedere lente van Taliesin West reisde naar het oude Taliesin complex in Wisconsin en de volgende herfst terug ging om de winter weer in het zonnige Arizona door te brengen.Dit derde deel begint na de Tweede Wereldoorlog, toen de organische ‘levende architectuur’ van Wright ideeën introduceerde voor het gebruik van zonne-energie en ronde open ruimten. Naast het Guggenheim Museum zag het na-oorlogse tijdperk ook buitengewone projecten zoals de plannen van Wright voor een nieuw Baghdad, zijn enige gerealiseerde hoogbouwtoren in Bartlesville in Oklahoma en het kristallen figuur van de Bethe Sholom synagoog in Elkins Park in Pennsylvania.
Zelden vind je een architect die zo rigoureus probeert de ruimte tot haar meest essentiële vorm te reduceren en daarbij uiterst gevoelig blijft voor de menselijke ervaring van die ruimte. Sinds 1993 realiseerde de Belgische architect Vincent Van Duysen... Lees verder >>
Zelden vind je een architect die zo rigoureus probeert de ruimte tot haar meest essentiële vorm te reduceren en daarbij uiterst gevoelig blijft voor de menselijke ervaring van die ruimte. Sinds 1993 realiseerde de Belgische architect Vincent Van Duysen een reeks bijzondere projecten in Europa en de VS. Dit is de volledige monografie van Van Duysens werk. Van Duysen ontwerpt woningen, kantoren en winkelruimten, maar ook meubels en decoratieve objecten onder meer voor de internationaal opererende fabrikanten als B&B Italia, Poliform en Swarovski. Meer dan dertig projecten worden in detail besproken en uitvoerig geïllustreerd met foto’s van Alberto Piovano. Daarnaast bevat het boek een chronologisch projectoverzicht.AuteursinformatieArchitectuurcriticus Marc Dubois schreef de introductie voor dit boek. Hij schreef eerder verschillende monografiën over hedendaagse architecten. De architecten David Adjaye, Alberto Campo Baeza en Michael Gabellini, modeontwerper Ann Demeulemeester en meubelontwerper Patricia Urquiola dragen bij met fascinerende inzichten in het werk van Van Duysen.
In het omvangrijke oeuvre van Herman Hertzberger neemt het schoolgebouw een belangrijke plaats in. Hertzberger maakt scholen die als een stad functioneren. Een school en een stad zijn volgens hem multi-interpretabel, uitdagend, inspirerend en... Lees verder >>
In het omvangrijke oeuvre van Herman Hertzberger neemt het schoolgebouw een belangrijke plaats in. Hertzberger maakt scholen die als een stad functioneren. Een school en een stad zijn volgens hem multi-interpretabel, uitdagend, inspirerend en uitnodigend, de school is een plek waar je je kunt terugtrekken en je kunt positioneren ten opzichte van anderen, je leert er het samenleven. Het boek zet de scholen van Hertzberger met ruim dertig voorbeelden voor het eerst op een rij. In een uitgebreid essay gaat de socioloog Abram de Swaan in op het werk van Hertzberger. Hij toont hoe de architectuur van scholen en de organisatie van schoolgebouwen invloed hebben op de sociale ontwikkeling van kinderen. De Swaan roemt Hertzberger als een bij uitstek sociologisch architect.
In het najaar van 1999 verlieten Chris de Weijer en Robert Alewijnse Mecanoo Architecten om hun eigen bureau te beginnen. Ze noemden het DP6 architectuurstudio. In de tien jaar die sindsdien zijn verstreken heeft het tweetal een rijk en veelzijdig oeuvre... Lees verder >>
In het najaar van 1999 verlieten Chris de Weijer en Robert Alewijnse Mecanoo Architecten om hun eigen bureau te beginnen. Ze noemden het DP6 architectuurstudio. In de tien jaar die sindsdien zijn verstreken heeft het tweetal een rijk en veelzijdig oeuvre opgebouwd. Uit dat oeuvre worden de achttien projecten die het meest tot de verbeelding spreken gepresenteerd. Van de glazen torens van het Walterboscomplex in Apeldoorn tot het archetypische houten woonhuis in Driebergen, en van de opvallende rode megabioscoop in een geluidswal bij Ede tot de bruggen voor het Zuiderpark in Rotterdam. Naast een uitgebreide documentatie van de projecten in woord en beeld geeft het boek inzicht in de manier waarop DP6 opgaven tegemoet treedt. Ontwerpen komen vaak in twee fasen tot stand. Na een rationele analyse volgt een meer intuïtief proces, waarin de nadruk ligt op het associatieve. Dat levert een sterk zintuiglijke architectuur op, waarbij vaak een belangrijke rol is weggelegd voor het landschap. Ook valt DP6 op door de manier waarop opdrachtgevers en gebruikers bij de totstandkoming van een ontwerp worden betrokken. <//i>DP6. Tien jaar architectuur is een boek over een architectenbureau dat zich zonder veel omhaal van woorden manifesteert, maar dat tegelijk eigenzinnig genoeg is om niet onopgemerkt te blijven.
Wat ze hebben gebouwd is redelijk bekend. Maar hoe kwamen de ontwerpen tot stand? Wat inspireert hen en wat is hun werkwijze? Wat zijn hun drijfveren en twijfels? En: wat zijn hun opvattingen over de ontwikkeling van de architectuur? Steen vertelt het... Lees verder >>
Wat ze hebben gebouwd is redelijk bekend. Maar hoe kwamen de ontwerpen tot stand? Wat inspireert hen en wat is hun werkwijze? Wat zijn hun drijfveren en twijfels? En: wat zijn hun opvattingen over de ontwikkeling van de architectuur? Steen vertelt het verhaal chter de gebouwen. De geschiedenis rond veel spraakmakende voorbeelden van Nederlandse architectuur, zoals het Circus in Zandvoort (Een gebouw als een gillende keukenmeid),het vpro-gebouw en de inmiddels afgebroken Zwarte Madonna in Den Haag wordt hier verteld. De gesprekken gaan ook over de metselaar die de vreugde in zijn vak hervindt als hij werkt aan een organisch woonhuis van Alberts en Van Huut, over de euforie van Superdutch, over engagement en mode, over beeldend kunstenaars als Sol LeWitt en David Hockney, over het fenomeen Rem Koolhaas en over de gecompliceerde veelzijdigheid van het architectenvak. Steen biedt de lezer een opmerkelijke en unieke kijk in de keuken van veertien vooraanstaande Nederlandse architecten.