Leo Vroman is in Nederland vooral bekend als dichter ('Liever heimwee dan Holland'). Maar hij heeft ook zijn leven getekend. Net zoals in zijn poëzie ontvouwt hij in zijn tekeningen een volstrekt eigen beeldtaal waarbij zijn liefdevolle verwondering over... Lees verder >>
Leo Vroman is in Nederland vooral bekend als dichter ('Liever heimwee dan Holland'). Maar hij heeft ook zijn leven getekend. Net zoals in zijn poëzie ontvouwt hij in zijn tekeningen een volstrekt eigen beeldtaal waarbij zijn liefdevolle verwondering over het leven voorop staat. Ter gelegenheid van zijn vijfennegentigste verjaardag op 10 april 2010 is het boek Leo Vroman Tekenaar verschenen.Het werk van Vroman is in alle opzichten rijk, met een grote diversiteit in beeld en techniek: cartoons, strips, zelfportretten, tekeningen uit zijn kampdagboek, geïllustreerde gedichten, vluchtige krabbels voor zijn vrouw Tineke, computertekeningen en de complexe 'subway drawings' die hij tijdens zijn dagelijkse reis van en naar de universiteit in New York maakte. Niet alleen treedt nu vrijwel voor het eerst de tekenaar Leo Vroman naar voren, bijzonder is tevens dat hij als 'ik figuur' de kijker persoonlijk meeneemt door zijn boek. Het is een verrassend, speels, maar ook ontroerend boek. Een boek dat recht doet aan de sprankelende veelzijdigheid van Vroman. Een bladerboek waarbij de beelden het verhaal vertellen.
Recensie(s)
Ter gelegenheid van zijn 95ste verjaardag en van een tentoonstelling van zijn beeldend werk (meest tekeningen) is een schitterend boek verschenen dat een historisch overzicht geeft van de beeldende kant van het dubbeltalent Leo Vroman. Het is nooit een geheim geweest dat hij al sinds de jaren dertig tekende, maar de omvang, de aard en de kwaliteit van dat werk bleven schimmig, al trad Vroman via bij voorbeeld de omslagen van zijn bundels wel steeds nadrukkelijker als dubbeltalent naar voren. Deze monografie is een hommage aan de beeldend kunstenaar, die al vroeg naar de natuur en vooral naar zijn eigen natuur (zijn hoofd, zijn handen) tekeningen maakte die een fascinerende vermenging van realisme en surrealisme laten zien. De meest fantastische, soms kosmische beelden roept hij op (met name in de 'Subway drawings'), maar hij kan ook cartoonachtig werken, of ingenieuze strips (met ingevlochten tekst) maken, of computertekeningen programmeren. Zelfs zijn handtekening is beeldende kunst. Ontroerend zijn de kampdagboeken, waarin schrift en tekening elkaar voortdurend afwisselen. Deze monografie bevat vooral veel reproducties; de begeleidende tekstfragmenten zijn terzake; een beeldverantwoording sluit deze prachtig vormgegeven, ingebonden uitgave af
Een film van Adrian MabenTot zijn dood in 1994 was Paul Delvaux het laatst overlevende lid van de eerste generatie van de surrealistische schilders. In dit portret waarin hij herinneringen ophaalt over zijn familie, zichzelf, zijn kunst en de... Lees verder >>
Een film van Adrian MabenTot zijn dood in 1994 was Paul Delvaux het laatst overlevende lid van de eerste generatie van de surrealistische schilders. In dit portret waarin hij herinneringen ophaalt over zijn familie, zichzelf, zijn kunst en de verschillende fasen van zijn carrière. Hij legt uit dat al zijn visuele ideeën zijn afgeleid vanjeugdherinneringen en de film toont de manier waarop deze beelden zijn opgenomen in zijn werk. We zien de schilder als een jonge man (de vroegste beelden dateren uit 1945) en de film bevat een aantal unieke foto's van het buitengewone Musee Spitzner.Geluids Formaat: DD 2.0 - Beeld Formaat: 4:3Voice over: GB - Ondertiteling: DE,FRSpeelduur: 58 min
In het beeldende kunst-werk van Louis van Gasteren, dat bijna een halve eeuw omvat, is een volstrekt authentieke lijn te bespeuren. Van de geknoopte breinaald in 1947 tot de grote waterprojecten in de jaren tachtig en negentig, ze dragen het onmiskenbare... Lees verder >>
In het beeldende kunst-werk van Louis van Gasteren, dat bijna een halve eeuw omvat, is een volstrekt authentieke lijn te bespeuren. Van de geknoopte breinaald in 1947 tot de grote waterprojecten in de jaren tachtig en negentig, ze dragen het onmiskenbare stempel van een onderzoeker naar beweging, materie en de menselijke soort. Bovenal lopen de werken vooruit op, of becommentariëren ze de tijd waarin ze zijn gemaakt - waarmee dit oeuvre naadloos aansluit bij het cinematografische oeuvre van de maker.Waar moeten we dit werk plaatsen? Terwijl Van Gasteren zich in de tweede helft van de jaren veertig omringde met de leden en geestverwanten van de in 1948 opgerichte Cobragroep, maakte hij objecten die meer verwantschap vertoonden met het surrealisme, en de kinetische kunst van bijvoorbeeld Tinguely. Het uitvergroten van alledaagse voorwerpen door Marcel Duchamp vond bij Van Gasteren een vervolg: hij ontwierp voorwerpen (een wc-pot, een kraaienpoot) in een reusachtig formaat, bedoeld voor een vervreemdende, stedelijke of landschappelijke context. Wim T. Schippers deed dat later (een stoel), evenals Claes Oldenburg (een troffel). Van Gasteren kan als een jeugdig buitenlid worden beschouwd van Fluxus zowel als van Pop-art, waartoe deze kunstenaars respectievelijk behoorden. In zijn monumentaal-educatieve werken ondergaat de kijker zowel een architectonische ervaring als een speelse les. Louis van Gasteren werd vooral bekend als filmmaker. Signaal, dat ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag verscheen, is de eerste publicatie over zijn beeldende kunst
Jan van der Kooi werd geboren in 1957 (Bedum) en studeerde aan Academie Minerva in Groningen. De onderwerpen voor zijn werk zoekt hij in zijn eigen omgeving. Zijn schilderijen concentreren zich heel sterk op de kleuren van het licht – zonlicht,... Lees verder >>
Jan van der Kooi werd geboren in 1957 (Bedum) en studeerde aan Academie Minerva in Groningen. De onderwerpen voor zijn werk zoekt hij in zijn eigen omgeving. Zijn schilderijen concentreren zich heel sterk op de kleuren van het licht – zonlicht, strijklicht, tegenlicht. Gefilterd of tegengehouden of omgebogen door glas, vitrage, ijzel. Of licht zoals weerkaatst vallend op een vloer. ‘Het zijn’, zegt Jan van der Kooi, ‘studies in wit’.Als tekenaar excelleert Van der Kooi met zijn studies van allerhande dieren. Doorgaans uitgevoerd in krijt zijn zij zo overtuigend en zo levensecht dat je soms bijna zou vergeten dat het ‘slechts’ om tekeningen gaat.Naast Van der Koois dierstudies verdienen vooral zijn Hollandse landschappen – meestal uitgevoerd met penseel en gewassen inkt – speciale vermelding. Hij verstaat daarbij de kunst van het weglaten en weet licht in zijn werk te brengen. Een lange constante in Van der Koois oeuvre zijn verder zijn zelfportretten. Misschien is er na Rembrandt geen kunstenaar die het eigen gezicht zozeer tot inzet van studie heeft gemaakt.Jan van der Kooi kan het af zonder eigen galerie, gaat zonder trommels en trompetten door het leven en exposeert slechts eens in de vijf jaar, maar wordt desondanks gezien als de beste tekenaar van dit moment.Uitgave in samenwerking met het Dordrechts MuseumTentoonstelling Dordrechts Museum, 10 november 2012 tot en met 7 april 2013
In het werk van Giovanni Dalessi (1964) spelen veel elementen een rol: zijn Italiaanse afkomst, zijn liefde voor het leven en voor zijn gezin en zijn interesse voor de Italiaanse en Vlaamse schilderkunst uit de vroege Renaissance.Een prachtig uitgave van... Lees verder >>
In het werk van Giovanni Dalessi (1964) spelen veel elementen een rol: zijn Italiaanse afkomst, zijn liefde voor het leven en voor zijn gezin en zijn interesse voor de Italiaanse en Vlaamse schilderkunst uit de vroege Renaissance.Een prachtig uitgave van 240 pagina's met ruim 200 afbeeldingen van portretten, stillevens en landschappen van Giovanni Dalessi vanaf 1991 tot heden. Het boek heeft een inleiding van Harry Tupan, conservator van het Drents Museum.
Het leven en werken van de Wageningse landschapsschilder Ben van Londen (1907-1987) stond in het teken van de rivier. Hij woonde op een boot, gelegen bij het Lexkesveer en schilderde, tekende en aquarelleerde het rivierlandschap van de Nederrijn van de... Lees verder >>
Het leven en werken van de Wageningse landschapsschilder Ben van Londen (1907-1987) stond in het teken van de rivier. Hij woonde op een boot, gelegen bij het Lexkesveer en schilderde, tekende en aquarelleerde het rivierlandschap van de Nederrijn van de twintigste eeuw, in prachtige sfeerbeelden. Dit boek, gemaakt naar aanleiding van een overzichtstentoonstelling in De Casteelse Poort en voorzien van een biografie door Dick van Veelen, laat zien hoe Van Londen zich liet inspireren door de vele gezichten van de rivier. Ben van Londen heeft een belangrijke rol gespeeld bij het op gang komen van het naoorlogse culturele leven in Wageningen. Als schilder van het landschap van de Nederrijn toont hij zich een bevlogen drager van de eeuwenoude traditie van het beoefenen van de landschapsschilderkunst aan de Zuidelijke Veluwezoom.'Selma van Londen koestert warme herinneringen aan woonboot en atelierschip Tamalone, de boot van haar vader Ben van Londen. Die zou bekend worden als Schilder van de Nederrijn al zette hij veel meer op het doek dan alleen de fraaie gezichten die op en rond de rivier zijn te vinden. [...] In het boek zijn tal van voorbeelden uit zijn oeuvre opgenomen.' Martin Brink (De Veluwepost)
Cobra tot Dumas biedt een overzicht van de Nederlandse naoorlogse schilderkunst aan de hand van de indrukwekkende kunstverzameling van het echtpaar Henk en Victoria de Heus-Zomer. Niet eerder werd deze topcollectie – één van de grootste in Nederland –... Lees verder >>
Cobra tot Dumas biedt een overzicht van de Nederlandse naoorlogse schilderkunst aan de hand van de indrukwekkende kunstverzameling van het echtpaar Henk en Victoria de Heus-Zomer. Niet eerder werd deze topcollectie – één van de grootste in Nederland – voor het voetlicht gebracht.
Het echtpaar De Heus-Zomer verzamelt sinds 1989 hedendaagse beeldende kunst, eerst vooral Nederlandse en tegenwoordig ook internationale schilderkunst, beeldhouwkunst en fotografie. Kunstcriticus Hans den Hartog Jager interviewde de verzamelaars over hun ontdekkingsreis in de kunst en hun vele bijzondere ontmoetingen met de kunstenaars:Ben Akkerman – Erik Andriesse – Jan Andriesse – Karel Appel – Armando – Hannah van Bart – Tjebbe Beekman – Jasper de Beijer – Hans Broek – Koen van den Broek – Constant – René Daniëls – Jan Dibbets – Rineke Dijkstra – Desirée Dolron – Marlene Dumas – Ger van Elk – Edgar Fernhout – Guido Geelen – Joris Geurts – Kees de Goede – Daan van Golden – Herman Gordijn – Frank van Hemert – Heringa/Van Kalsbeek – Hans van Hoek – Pieter d’Hont – Willem Hussem – Alex Jacobs – Folkert de Jong – Asger Jorn – Rob van Koningsbruggen – Omar Koubâa – Juul Kraijer – Atelier van Lieshout – Lucebert – Marc Mulders – Peter Otto – Michael Raedecker – Jan Roeland – Viviane Sassen – Jan Schoonhoven – Marien Schouten – Han Schuil – Piet Tuytel – JCJ Vanderheyden – Toon Verhoef – Emo Verkerk – Henk Visch – Carel Visser – Co Westerik – Robert Zandvliet – Ronald Zuurmond – Ina van Zyl.
Het werk van Kanters laat zich moeilijk beschrijven. Wie de geschilderde wereld van Kanters wil begrijpen, zal zich tussen de figuranten, mutaties en metaforen moeten gaan begeven. Hij laat zien dat niets onmogelijk is in de schilderkunst, zijn creaturen... Lees verder >>
Het werk van Kanters laat zich moeilijk beschrijven. Wie de geschilderde wereld van Kanters wil begrijpen, zal zich tussen de figuranten, mutaties en metaforen moeten gaan begeven. Hij laat zien dat niets onmogelijk is in de schilderkunst, zijn creaturen nemen alle vormen aan die maar mogelijk zijn in en in het hoofd van de schilder ontstaan.Hans Kanters is als schilder autodidact, wat wil zeggen dat hij de technische kant van zijn werk evenals stijl zelf ontwikkeld heeft. Zijn inspiratiebronnen uit het verleden waren altijd de grote namen in de kunstwereld. Het was vooral de vrijheid die hij zocht in het werk van de grote meesters.De schilderijen die Kanters tot nu toe maakte, levert een ongekende hoeveelheid beeldverhalen op die ondanks hun diversiteit een sterke samenhang en consistentie openbaren.Niet alleen de virtuositeit van zijn techniek maar ook de voorkeur voor blauw en het surrealistische gehalte van de voorstellingen dragen bij aan zijn specifieke identiteit.
Edy de Wilde was van 1963 tot 1985 directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Bij zijn afscheid organiseerde hij een tentoonstelling onder de titel 'La Grande Parade', die tot een van de best bezochte kunsttentoonstellingen van de twintigste eeuw... Lees verder >>
Edy de Wilde was van 1963 tot 1985 directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Bij zijn afscheid organiseerde hij een tentoonstelling onder de titel 'La Grande Parade', die tot een van de best bezochte kunsttentoonstellingen van de twintigste eeuw behoorde. Moderne kunstenaars van Léger, Picasso en Matisse tot Newman, Buren en Baselitz. Veel werken uit particuliere verzamelingen en andere musea waren eenmalig voor het grote publiek te zien.Wat zegt de selectie van werken voor La Grande Parade over het tentoonstellings- en verzamelbeleid van de Wilde? Hoe werd de tentoonstelling 'La Grande Parade' opgezet en wat lag aan de opzet ten grondslag? Op welke aspecten wijkt de praktijk, vertegenwoordigd in de tentoonstelling 20 Jaar Verzamelen, af van het ideaal gerepresenteerd in 'La Grande Parade' en waar komen ze overeen? De tentoonstelling werd door kunstcritici aangegrepen om het museumbeleid van de Wilde te evalueren. Hoe was die receptie?De studie geeft antwoorden op deze vragen, geïllustreerd met plattegronden van de verschillende plannen en foto's van de uiteindelijke expositie. Een onmisbare bron voor hen die geïnteresseerd zijn in de receptie van moderne kunst in Nederland en de rol die musea hierbij spelen.Karin Merx is MA Kunst- & Cultuurwetenschappen, musicus en beeldend kunstenaar. Een gefilmd interview met de drie belangrijkste medewerkers aan La Grande Parade is te bekijken in de bibliotheek van het Stedelijk Museum Amsterdam
Sinds de tweede helft van de twintigsteeeuw is de Nederlandse kunst in deopenbare ruimte sterk van vorm, karakter enbetekenis veranderd. Beeldend kunstenaarBas Maters (1949-2006) is hierbij vangrote betekenis geweest. Het werk vanMaters bestaat uit... Lees verder >>
Sinds de tweede helft van de twintigsteeeuw is de Nederlandse kunst in deopenbare ruimte sterk van vorm, karakter enbetekenis veranderd. Beeldend kunstenaarBas Maters (1949-2006) is hierbij vangrote betekenis geweest. Het werk vanMaters bestaat uit omgevingskunst enmonumentale beelden voor de openbareruimte, instellingen en bedrijven. Daarnaastwerkte hij aan grootschalige projecten ophet gebied van architectuur, stedenbouw enlandschap.Bas Maters was naast zijn beroepspraktijkook werkzaam als (hoofd)docent aan deAcademie voor Beeldende Kunsten Arnhemen de Academie van Bouwkunst (beidedeel uitmakend van de Hogeschool voorde Kunsten in Arnhem (ArtEZ). Hij leiddetientallen studenten op die nu op hun beurtweer hun sporen in de openbare ruimteachterlaten. Met zijn eigen werk en zijnonderwijsinspanningen speelde Bas Materseen invloedrijke rol op zijn vakgebied engaf hij vorm aan ontwikkelingen van kunstin relatie tot architectuur, stedenbouw enlandschap.
De Groninger kunstenaar Otto Eerelman (1839-1926), afkomstig uit een arm arbeidersgezin, groeide in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot de belangrijkste schilder van paarden en honden in Nederland. Kunsthistoricus Harry J. Kraaij werpt een... Lees verder >>
De Groninger kunstenaar Otto Eerelman (1839-1926), afkomstig uit een arm arbeidersgezin, groeide in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot de belangrijkste schilder van paarden en honden in Nederland. Kunsthistoricus Harry J. Kraaij werpt een gedetailleerd licht op het oeuvre van Eerelman, dat naast honden- en paardenschilderijen ook bloemstillevens, stadsgezichten, landschappen, portretten en genreschilderijen omvat. Hij plaatst Eerelman als kunstenaar binnen de Nederlandse dierschilderkunst én in een Europese context.Eerelman voltooide zijn kunstopleiding aan de academie Minerva. Het was zijn droom om naam te maken als historieschilder. Om deze reden studeerde hij aansluitend aan de Koninklijke Academie te Antwerpen. Door het veranderende kunstklimaat stelde hij zijn ambitie bij en hij richtte zich op de genreschilderkunst. Om zijn geluk te beproeven verhuisde hij in 1874 van Groningen naar Brussel, waar veel van zijn academiegenoten carriere hadden gemaakt. Door zijn beheersing van vrijwel alle specialisaties dacht hij eenvoudig zijn weg te kunnen vinden in het rijkere bourgeoisiemilieu van België. Zijn stijl en thematiek werd daar echter te behoudend gevonden. In 1876 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Den Haag waar hij al snel opgenomen werd in het kunstcircuit van Pulchri Studio en de Hollandsche Teeken-Maatschappij. Hij ontdekte dat zijn geschilderde dieren zeer goed werden ontvangen. In de jaren tachtig maakte hij daarom een ommezwaai naar de dierschilderkunst en werd succesvol in alle facetten van deze specialisatie. Dierportretten, circusscènes, jachttaferelen, anekdotische werken, interieurs met honden en encyclopedische werken. Niet alleen voltooide hij talrijke opdrachten van burgers en adel, ook van het Koningshuis kreeg hij vele opdrachten. In 1902 trok hij wederom naar Groningen, waar hij binnengehaald werd als de 'Noordelijke Rembrandt'. Hij verkreeg het ereburgerschap en werd opgenomen in de Huisorde van Oranje. Bovendien ontving hij bij zijn tachtigste verjaardag de opdracht van de gemeente Groningen voor het schilderen van het Gronings ontzet, dat Eerelman situeerde rond de jaarlijks paardenkeuring op de Grote Markt. Eerelman overleed in 1926 als weduwnaar zonder kinderen. Zijn ateliernalatenschap en inboedel werd per opbod verkocht. Het Groninger Museum verkreeg een groot legaat, dat zich nog steeds in de collectie bevindt.
Voor het eerst treedt Saskia uit de schaduw van Rembrandt. Ben Broos schetst haar milieu, haar vriendschappen, haar ambities en haar emoties. De lezer krijgt een beschrijving van haar jeugd in Leeuwarden, hoe ze korte tijd bij een beruchte professor in... Lees verder >>
Voor het eerst treedt Saskia uit de schaduw van Rembrandt. Ben Broos schetst haar milieu, haar vriendschappen, haar ambities en haar emoties. De lezer krijgt een beschrijving van haar jeugd in Leeuwarden, hoe ze korte tijd bij een beruchte professor in Franeker woont en zes jaar tussen de Bildtboeren in Sint Annaparochie, waar ze met Rembrandt is getrouwd. In Amsterdam krijgt ze vier kinderen van wie alleen Titus langer dan enkele weken leeft. De Uylenburghs, haar familie, leveren de peetooms en peettantes, niet de Van Rijns uit Leiden. In de tien jaar waarin Rembrandt gelukkig met haar is, maakt hij van Saskia zo'n tien schilderijen, zes etsen en meer dan twintig tekeningen. Die worden allemaal afgebeeld, naast een keur van documenten. Ze sterft dertig jaar jong, in het jaar waarin Rembrandt De Nachtwacht schildert.Het boek wordt uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling 'Sporen van Saskia' in het Historisch Centrum Leeuwarden, van 14 oktober 2012 tot en met 3 maart 2013.