De onbekende maker van bekendste Julianaportret Oswald Wenckebach (1895-1962) is vooral bekend van één beeld: Monsieur Jacques, dat opvallend onopvallende mannetje dat bij de ingang van het Kröller-Müller Museum in het gras staat. Nog veel bekender... Lees verder >>
De onbekende maker van bekendste Julianaportret Oswald Wenckebach (1895-1962) is vooral bekend van één beeld: Monsieur Jacques, dat opvallend onopvallende mannetje dat bij de ingang van het Kröller-Müller Museum in het gras staat. Nog veel bekender is echter een ander werk, maar daarvan weten slechts enkelen dat het van Wenckebach is: de Nederlandse munt met het portret van koningin Juliana. Daarnaast maakte hij een groot aantal oorlogsmonumenten en ook het veelgeprezen standbeeld van Anton Philips op het stationsplein in Eindhoven. Begonnen als graficus koos Wenckebach halverwege de jaren twintig definitief voor de beeldhouwkunst. Zijn specialisme werd het portret. Door de veranderende maatschappij van de Wederopbouw gooide Wenckebach begin jaren vijftig het roer drastisch om en veroverde hij met zijn veel lichtvoetiger, zelfs humoristische vrije beelden een unieke plaats in de Nederlandse beeldhouwkunst. Dit is deel 5 in de reeks Monografieën van het Sculptuur Instituut. Deze rijk geïllustreerde uitgave bevat een complete oeuvrecatalogus van zijn beelden, penningen en munten
Museum Beelden aan Zee organiseert voorjaar 2011 de eerste overzichtstentoonstelling in Nederland op het gebied van negentiende- en twintigste-eeuwse dierbeeldhouwkunst. De bronzen sculpturen werden gemaakt door gespecialiseerde beeldhouwers, die... Lees verder >>
Museum Beelden aan Zee organiseert voorjaar 2011 de eerste overzichtstentoonstelling in Nederland op het gebied van negentiende- en twintigste-eeuwse dierbeeldhouwkunst. De bronzen sculpturen werden gemaakt door gespecialiseerde beeldhouwers, die Animaliers werden genoemd. De grondlegger van het genre was de Fransman Antoine-Louis Barye. De Duitser August Gaul en de in Antwerpen werkende Italiaan Rembrandt Bugatti gaven een nieuwe, twintigste-eeuwse interpretatie aan de dieren die hen inspireerden. Ze werkten vaak in dierentuinen om hun exotische onderwerpen te observeren. Het boek biedt een overzicht van de kunsthistorische ontwikkeling van dit genre en biedt tevens inzicht in de psyche van de verzamelaar van het bronzen dier.
Jan Meefout (1915-1993) en het vrouwelijk schoon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Amsterdamse beeldhouwer heeft de vrouw in al haar gedaanten (moeder, verleidster, godin) afgebeeld. Slechts bij uitzondering heeft Meefout dit thema verlaten.... Lees verder >>
Jan Meefout (1915-1993) en het vrouwelijk schoon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Amsterdamse beeldhouwer heeft de vrouw in al haar gedaanten (moeder, verleidster, godin) afgebeeld. Slechts bij uitzondering heeft Meefout dit thema verlaten. Gevormd als meubelmaker, kwam Meefout in de leer bij Jaap Kaas en Frits van Hall en tijdens de Tweede Wereldoorlog bij professor Jan Bronner op de Rijksakademie. Hij onderscheidde zich door zijn liefde voor het ambacht en zijn materiaal: weerbarstige stukken steen en hout hadden zijn voorkeur. Hij liet zich door dit materiaal leiden naar een bepaalde vorm. Jan Meefout is het vierde deel in de reeks Monografieën van het Sculptuur Instituut. Naast essays, een niet eerder gepubliceerd interview met de beeldhouwer en een bijdrage van diens zoon, bevat deze publicatie een volledig geïllustreerde oeuvrecatalogus
Richard Neutra, van oorsprong uit Oostenrijk, ging vroeg in zijn carrière naar Amerika en settelde zich in Californië. Neutra had een grote waardering voor de relatie tussen mens en natuur; kenmerkend zijn zijn glazen wanden en plafonds die overgaan in... Lees verder >>
Richard Neutra, van oorsprong uit Oostenrijk, ging vroeg in zijn carrière naar Amerika en settelde zich in Californië. Neutra had een grote waardering voor de relatie tussen mens en natuur; kenmerkend zijn zijn glazen wanden en plafonds die overgaan in afdaken en die het effect geven dat binnen met buiten wordt verbonden. Zijn bekwaamheid om technologie, esthetiek, wetenschap en natuur in zijn ontwerpen te verenigen bracht hem aan de voorhoede van de modernistische architectuur.Voor het eerst zijn alle werken van Neutra (bijna 300 woningen, scholen en publieke gebouwen) bij elkaar gebracht in één boek, geïllustreerd met meer dan 1.000 foto´s, inclusief die van Julius Schulman en andere prominente fotografen
In "De toekomst van het beeld" biedt Jacques Rancière een verrassend inzicht in de betekenis van het beeld binnen de hedendaagse cultuur. Hij beroept zich op een traditie in de literatuur die is begonnen met Flaubert, een traditie die stelt dat... Lees verder >>
In "De toekomst van het beeld" biedt Jacques Rancière een verrassend inzicht in de betekenis van het beeld binnen de hedendaagse cultuur. Hij beroept zich op een traditie in de literatuur die is begonnen met Flaubert, een traditie die stelt dat alles gelijk is en alles onderwerp van kunst kan zijn, en gaat de confrontatie aan met denkers als Adorno, Barthes, Lyotard en Greenberg. De toekomst van het beeld toont verbanden tussen schilderkunst, film, industriële ontwerpen, symbolistische poëzie en getuigenissen van de Tweede Wereldoorlog. Als filosoof kiest Rancière duidelijk positie: beelden behoren tot het domein van de poëtische schepping en haar politieke uitdagingen.
Op zeventienjarige leeftijd besloot Niko de Wit (Bergen op Zoom 1948) dat hij beeldhouwer wilde worden. De neerslag van dat besluit is in deze fraai vormgegeven monografie in beeld gebracht. Sinds Niko de Wit in 1975 de academie verliet, heeft hij meer... Lees verder >>
Op zeventienjarige leeftijd besloot Niko de Wit (Bergen op Zoom 1948) dat hij beeldhouwer wilde worden. De neerslag van dat besluit is in deze fraai vormgegeven monografie in beeld gebracht. Sinds Niko de Wit in 1975 de academie verliet, heeft hij meer dan vijfhonderd beelden vervaardigd. Ruim vijfentwintig daarvan bevinden zich, op diverse plaatsen in Nederland, in de openbare ruimte. Naast deze werken maakte hij ook portretten en penningen in brons. De Wit geniet echter de meeste bekendheid vanwege zijn autonome en monumentale werken, waarin hij zich het sterkst weet uit te drukken. In dit boek krijgen deze beelden daarom de meeste aandacht.Ingrid Luycks schetst in haar biografische inleiding de wording van dit oeuvre: de jeugd- en academiejaren van Niko de Wit, zijn inspiratiebronnen en de ontwikkeling tot de gerijpte kunstenaar die hij nu is. Over de evolutie van zijn werk zegt zij: Dragen de beelden die hij eind jaren zeventig maakte voornamelijk een archaïsch karakter, begin jaren tachtig krijgt het zoeken naar balans de overhand, wat vanaf dan een leidmotief in zijn oeuvre wordt. Naarmate de tijd voortschrijdt, worden zijn beelden complexer en roepen vaker een gevoel van desoriëntatie op. Echter, waar de beelden tot begin jaren tachtig nog overzichtelijk en in één oogopslag te vatten zijn, is dit met name vanaf de jaren negentig niet langer het geval. Ogenschijnlijk behouden ze hun eenvoud, maar bij nader inzien laten ze zich pas na grondige beschouwing analyseren en begrijpen. Balans wordt nu gezocht en gevonden door tegenkrachten op elkaar los te laten.In een verdiepende aanvulling op de biografische inleiding van Ingrid Luycks benadert Marie-Colette van Spaendonck het werk van Niko de Wit vanuit een meer filosofische invalshoek.Het boek is fraai vormgegeven door Jac de Kok en bevat ruim 400 afbeeldingen, merendeels in kleur.Kortom, de lezer wacht een boeiende verkenning van het leven en werk van een eigenzinnig beeldhouwer.
De Italiaanse architect Andrea Palladio (1508-1580) wordt wel beschouwd als een van de grondleggers van de moderne westerse architectuur. Binnen zijn omvangrijke oeuvre nemen de villas, vanaf de eerste grote opdracht voor Villa Godi tot de bij zijn dood... Lees verder >>
De Italiaanse architect Andrea Palladio (1508-1580) wordt wel beschouwd als een van de grondleggers van de moderne westerse architectuur. Binnen zijn omvangrijke oeuvre nemen de villas, vanaf de eerste grote opdracht voor Villa Godi tot de bij zijn dood nog onvoltooide Villa Rotonda, een aparte plaats in.De aanleg van de villas maakte deel uit van de grootschalige drooglegging en ontginning van de Veneto, het verwaarloosde achterland van de Republiek Venetie, dat in korte tijd werd herschapen in een graanschuur voor de overbevolkte stad.Palladio, voor de opgave gesteld om voor de eigenaars van de nieuwe landbouwondernemingen buiten-huizen en bedrijfsgebouwen te ontwerpen, ontwikkelde een nieuw type buitenplaats: de landbouwvilla.De villas van Palladio zijn een even getrouwe als originele vertaling van de principes van de Romeinse bouwkunst en vallen niet alleen op door hun sobere en aardse architectuur, maar ook door de vanzelf-sprekende wijze waarop ze in het landschap zijn gesitueerd.De auteurs hebben zich afgevraagd of daaraan niet een geraffineerde enscenering ten grondslag ligt.Close reading van de Quattro Libri dell Architettura, het traktaat dat Palladio in 1570 publiceerde, maar vooral minutieus veldonderzoek geven daarop het antwoord.In Palladio, de villa en het landschap wordt de plansystematiek waarmee Palladio te werk ging ontrafeld aan de hand van een ruimtelijke analyse van de tien meest kenmerkende villas. Zij zijn rijkelijk gedocumen-teerd met fotos, kaarten en tekeningen.
Een uitgebreide studie van de mooiste beeldhouwwerken aller tijden. Variërend van beeldhouwkunst uit de oudheid tot hedendaagse beeldhouwkunst, is dit boek de eerste studie uit de geschiedenis die een dergelijk originele en uitvoerige benadering heeft.... Lees verder >>
Een uitgebreide studie van de mooiste beeldhouwwerken aller tijden. Variërend van beeldhouwkunst uit de oudheid tot hedendaagse beeldhouwkunst, is dit boek de eerste studie uit de geschiedenis die een dergelijk originele en uitvoerige benadering heeft. Door de beeldhouwwerken uit de context van het museum te halen (en dus van hun spreekwoordelijke voetstuk), presenteert Sculpture een geheel nieuwe visie die verhelderende vergelijkingen veroorlooft tussen diverse genres. Dit opmerkelijke werk is onmisbaar voor alle kunstliefhebbers.
Op 17 januari 2007 vond in de tuin van Singer Laren een grote beeldenroof plaats. Er werden zeven beelden gestolen, waaronder Singers afgietsel van het bronzen beeldhouwwerk De Denker van Auguste Rodin. Twee dagen later werd Rodins zwaar gehavende beeld... Lees verder >>
Op 17 januari 2007 vond in de tuin van Singer Laren een grote beeldenroof plaats. Er werden zeven beelden gestolen, waaronder Singers afgietsel van het bronzen beeldhouwwerk De Denker van Auguste Rodin. Twee dagen later werd Rodins zwaar gehavende beeld teruggevonden. Een uniek restauratieproces kwam op gang, begeleid door een groep specialisten van onder andere Musée Rodin in Parijs, de Universiteit van Amsterdam, het Instituut Collectie Nederland en het Rijksmuseum.
In Rodin. De Denker wordt het fascinerende en buitengewoon innovatieve proces van de restauratie van de Larense Denker stap voor stap vastgelegd in woord en beeld. Ook de ontstaansgeschiedenis van het beeld komt uitgebreid aan bod met bijzondere aandacht voor de befaamde Hellepoort, waarvoor de oorspronkelijke Denker is ontworpen. De Denker als zelfstandig kunstwerk wordt voor het eerst en détail onder de loep genomen.
Daarnaast gaan de auteurs uitgebreid in op het creatieve genie van Rodin en zijn grote inspiratiebronnen. De terugkeer van de gerestaureerde Denker in Singer Laren vormt de aanleiding voor deze bijzondere publicatie.
Beeldende kunst door en voor migranten en hun kerken in de afgelopen vier eeuwen.Deze uitgave presenteert 40 platen, deels in zwart-wit en deels in kleur, begeleid met 40 tekstbeschrijvingen. Daar zijn platen bij die nog niet eerder gepubliceerd zijn.... Lees verder >>
Beeldende kunst door en voor migranten en hun kerken in de afgelopen vier eeuwen.Deze uitgave presenteert 40 platen, deels in zwart-wit en deels in kleur, begeleid met 40 tekstbeschrijvingen. Daar zijn platen bij die nog niet eerder gepubliceerd zijn. Diverse kunstenaars komen aan het woord over thema's ontleend aan de Bijbel of de geschiedenis van het christendom.De Stichting Zonneweelde die in 2010 haar 75-jarig bestaan viert, heeft de kunst van niet-westerse migranten en hun kerken tot jubileumproject gemaakt en deze uitgave door een gift mogelijk gemaakt. Met SKIN is nauw samengewerkt bij de totstandkoming van dit boek.
Ter gelegenheid van de tentoonstelling Spookrijders van Nicolas Dings in Museum Beelden aan Zee te Scheveningen verschijnt het gelijknamige kunstenaarsboek. De installatie van Nicolas Dings voor de Wilhelminazaal van het museum heeft als verzamelnaam... Lees verder >>
Ter gelegenheid van de tentoonstelling Spookrijders van Nicolas Dings in Museum Beelden aan Zee te Scheveningen verschijnt het gelijknamige kunstenaarsboek. De installatie van Nicolas Dings voor de Wilhelminazaal van het museum heeft als verzamelnaam Spookrijders en is gebaseerd op het fenomeen Wunderkammer, oftewel curiositeitenkabinet. Deze ontstonden in het midden van de 16e eeuw. We zien een serie keramische, bronzen en damasten taferelen die je meenemen op een wilde rit door de geschiedenis.
In een decor van burgers, paupers en machthebbers wordt in kabinetten een klucht opgevoerd van schijn en wezen. Kopstukken en figuranten als Madame de Pompadour, Lodewijk de Veertiende, maar ook Jan Huygen van Linschoten of Jan Salie spelen daarin een rol. Refererend aan de ‘theatrini' van Pierro della Francesca (opstellingen van figuren en draperieën ten dienste van het schilderij) laat Nicolas Dings gouden, bronzen en porseleinen taferelen zien. De beelden worden overwoekerd door motieven in koraalrood en Delfts blauw en doen een beroep op ons collectieve geheugen, geworteld in onze vaderlandse geschiedenis.
Vaders en Zonen brengt op bijzondere wijze de relaties tussen drie opeenvolgende generaties Nederlandse beeldhouwers van na 1945 in beeld. Uit de eerste generatie beeldhouwers van na de oorlog werden Carel Kneulman, Ben Guntenaar, Shinkichi Tajiri, Piet... Lees verder >>
Vaders en Zonen brengt op bijzondere wijze de relaties tussen drie opeenvolgende generaties Nederlandse beeldhouwers van na 1945 in beeld. Uit de eerste generatie beeldhouwers van na de oorlog werden Carel Kneulman, Ben Guntenaar, Shinkichi Tajiri, Piet Slegers en Carel Visser uitgenodigd voor deelname aan dit bijzondere project. Vervolgens kozen zij, en de door hen gekozen beeldhouwers, zelf vijf beeldhouwers uit de volgende generatie met wie hij of zij zich sterk verwant voelt en voor wiens werk hij of zij een grote bewondering heeft. Zo is niet alleen een zeer beknopte, kwalitatieve selectie uit het oeuvre van vijftien Nederlandse beeldhouwers ontstaan, maar worden ook mogelijke verbanden en verschillen tussen het werk en de ideeën van deze kunstenaars zichtbaar gemaakt. In de kunstgeschiedenis is het gebruikelijk om voor inspiratiebronnen terug te kijken, richting het verleden en eerdere generaties. Nu zijn de rollen omgedraaid en wordt er uitgegaan van de oudste generatie en vooruit gekeken. Zo ontstaat het interessante perspectief van het verleden naar het heden. De deelnemende kunstenaars zijn: Carel Kneulman, Ben Guntenaar, Shinkichi Tajiri, Piet Slegers en Carel Visser / Gerard Höweler, Berend Bodenkamp, Paul Kubic, Henk Visch en Joep van Lieshout / Gerard van Rooij, Hieke Luik, Mathieu Knippenbergh, Paul de Reus en Zoro Feigl.
120 kleurillustraties