Amsterdam was in de Gouden Eeuw een van de belangrijkste productiecentra voor prenten in Europa. Dit boek biedt een levendig beeld van die glorietijd. In de inleiding wordt een overzicht gegeven van de toonaangevende Amsterdamse prentmakers, de... Lees verder >>
Amsterdam was in de Gouden Eeuw een van de belangrijkste productiecentra voor prenten in Europa. Dit boek biedt een levendig beeld van die glorietijd. In de inleiding wordt een overzicht gegeven van de toonaangevende Amsterdamse prentmakers, de organisatievormen waarin ze werkten en de vernieuwingen op technisch én artistiek gebied. De overige hoofdstukken staan drie typen prentmakers centraal: Rembrandt, een van de grootste prentmakers ooit, die het hele proces van ontwerpen, vervaardigen en uitgeven zelf in de hand hield; Salomon Savery die als graveur in opdracht van anderen werkte; en tenslotte Cornelis Danckerts en zijn zonen die in hun bedrijf prenten vervaardigden en verhandelden. Aan de Amsterdamse prentmakers werd nog niet eerder een publicatie gewijd, zodat dit boek daarom voor lange tijd standaardwerk zal zijn.
Als Nederlanders ooit een reden hadden om zich af te vragen wie zij waren dan was het wel rond 1800. De oude federalistische republiek was nog maar kort omgesmeed tot de eenheidsstaat van de Bataafse Republiek, of zij werd een koninkrijk onder een Franse... Lees verder >>
Als Nederlanders ooit een reden hadden om zich af te vragen wie zij waren dan was het wel rond 1800. De oude federalistische republiek was nog maar kort omgesmeed tot de eenheidsstaat van de Bataafse Republiek, of zij werd een koninkrijk onder een Franse vorst. Eerder al was ons land haar vooraanstaande rol op het politieke en economische Europese toneel kwijtgeraakt en ook op artistiek terrein ingehaald. Opiniemakers zochten de oorzaak van deze achteruitgang bij een gebrek aan nationaliteitsbesef en saamhorigheidsgevoel. Betere kennis van het vaderlandse verleden en onze nationale helden zou een deel van de oplossing zijn, hoopte men ook toen al. In de beweging voor culturele natievorming die vervolgens op gang kwam speelde de Amsterdamse prent- en boekuitgever Evert Maaskamp (1769-1834) een unieke rol. Zijn belangrijkste uitgave, de etnografische serie Afbeeldingen van kleeding, zeden en gewoonten in de Bataafse Republiek, bezorgde niet alleen de Nederlandse prentkunst weer een goede reputatie, maar gaf ook de Nederlanders een nieuw gezicht. De serie klederdrachtprenten behelst, kort gezegd, de vormgeving en promotie van de nationale identiteit door middel van een breed uitgedragen regionale verscheidenheid van fysieke eigenschappen, klederdrachten, zeden en gewoonten. Volgens Maaskamp was deze etnisch-culturele verscheidenheid in Nederland groter dan waar ook ter wereld. In dit boek beschrijft Eveline Koolhaas-Grosfeld de Ontdekking van de Nederlander vanuit verschillende gezichtspunten: het economisch patriottisme dat de drijfveer vormde voor Maaskamps innoverend ondernemerschap; de ‘natuurlijke historie’ van de Verlichtingstijd waarin het begrip etnische verscheidenheid werd uitgevonden; en het proces van culturele natievorming zoals dat in de vroege 19de eeuw gestalte kreeg. Daaromheen spelen de politieke machtswisselingen waarvan Maaskamp profiteerde, maar die hem uiteindelijk ook de kop kostten.
Prachtige minuscule details, flonkerend bladgoud en schitterend kleurgebruik. Het zijn de kenmerken van de Utrechtse middeleeuwse manuscripten. In de middeleeuwen vormde de stad Utrecht als bisschopszetel hét centrum op het gebied van de cultuur,... Lees verder >>
Prachtige minuscule details, flonkerend bladgoud en schitterend kleurgebruik. Het zijn de kenmerken van de Utrechtse middeleeuwse manuscripten. In de middeleeuwen vormde de stad Utrecht als bisschopszetel hét centrum op het gebied van de cultuur, politiek en religie in de Noordelijke Nederlanden. De kostbare en rijk versierde manuscripten die in deze periode tot stand kwamen, vormen een absoluut hoogtepunt binnen de beeldende kunst. De aanwezigheid van kapitaalkrachtige geestelijken, invloedrijke adel en welgestelde burgers vormde een fundamentele voedingsbodem voor de ontwikkeling van een invloedrijke kunstproductie. Handelaren, studenten, ambachtslieden en kunstenaars van elders trokken in grote getale naar Utrecht om hun geluk te beproeven. Hierdoor veroverde de stad een belangrijke internationale positie op het gebied van de handschriftenproductie en de vroege boekdrukkunst. Utrechtse boeken en losse miniaturen kenden immers ook buiten de stadsmuren gretig aftrek.Dit rijk geïllustreerde boek, waarin een helder beeld geschetst wordt van de pracht en praal van de Utrechtse boekproductie, is aantrekkelijk voor een breed publiek
100 kleurenfoto's
Fokke en Sukke, Cora van Mora. Pietje Pitamientje, LINDA en Libelle. Pietje Bell, Jip en Janneke, Joris Driepinter en Loekie de Leeuw. Zomaar een lijstje bekende namen die door Nederlanders gekoesterd worden. Holland in Beeld brengt ze voor het eerst... Lees verder >>
Fokke en Sukke, Cora van Mora. Pietje Pitamientje, LINDA en Libelle. Pietje Bell, Jip en Janneke, Joris Driepinter en Loekie de Leeuw. Zomaar een lijstje bekende namen die door Nederlanders gekoesterd worden. Holland in Beeld brengt ze voor het eerst samen in een breed overzicht van affiches, boekomslagen, lettertoepassingen, illustraties, reclame, tijdschriften en merken: 300 'iconen van moderniteit', die de afgelopen 150 jaar het gezicht van onze cultuur mede hebben bepaald.Evenals voorganger Dutch Design van de 20ste eeuw bevat Holland in Beeld een prikkelende en verrassende selectie van het veelsoortige werk van onder meer Wim Crouwel, Fiep Westendorp, Morton Kirshner, Paul Meijer, Dick Bruna, Jan Toorop, Max Velthuijs, Piet Zwart, Kesselskramer, Moussault, Laboratorivm, Lowe Kuiper & Schouten, FHV/BBDO en vele andere ontwerpers.Nederlandse beeldmakers behoren tot de internationale finefleur. Dat geldt voor de commerciële wereld van artdirectors, reclamemakers en merkenbouwers, maar ook voor het culturele circuit van illustratoren, affiche-, boek- en letterontwerpers. Die voorheen gescheiden vakgebieden beginnen bovendien ook steeds zichtbaarder te vermengen. En daaruit komen weer interessante nieuwe concepten en toepassingen voort. Hoog tijd dus voor een overzicht! Helder beschreven en fraai in beeld gebracht: Holland in Beeld.
300 kleurenillustraties
De Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam beheren de belangrijkste Nederlandse verzameling geschreven en gedrukte werken. De onderwerpsgebieden zijn daarbij heel divers. Van middeleeuwse handschriften tot kookboeken en... Lees verder >>
De Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam beheren de belangrijkste Nederlandse verzameling geschreven en gedrukte werken. De onderwerpsgebieden zijn daarbij heel divers. Van middeleeuwse handschriften tot kookboeken en strips, van Italiaanse incunabelen tot plaatwerken uit de Artis Bibliotheek, en van de beroemde Blaeu-atlassen tot het ‘Dutch Design’ van Irma Boom. En dan zijn er nog internationaal vermaarde collecties op het gebied van boekgeschiedenis en joodse cultuur, naast grotere verzamelingen van enkele kerkgenootschappen.
Al dit vaak kwetsbare materiaal verdient veel aandacht en zorg: het moet worden geconserveerd maar tegelijkertijd 'voor onderzoekers en andere belangstellenden' steeds beter toegankelijk worden gemaakt. De digitale bibliotheek speelt bij die grotere toegankelijkheid vanzelfsprekend een essentiële rol, met beelddatabanken en online collectiebeschrijvingen.
Mei 2007 verhuisde de Bibliotheek Bijzondere Collecties naar een schitterend gerenoveerd gebouw aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam. Die verhuizing wordt onder meer gemarkeerd met de uitgave "bijzondere_collecties", waarin lijsten en links een toegang tot de digitale bibliotheek vormen. Maar veel meer nog is dit prachtig ontworpen beeldboek een spannende ontmoeting met zeldzame, kostbare en verrassende objecten; de fotografie van Bettina Neumann toont ze in een nieuw daglicht.
210 pagina's200 kleurenfoto's
Wie herinnert zich niet de getekende, klassieke helden van onze kindertijd als Pinkeltje, Paulus de Boskabouter, Arretje Nof, Kikker en Abeltje? In een rijk geïllustreerde uitgave en een gelijknamige tentoonstelling in het Letterkundig Museum wordt een... Lees verder >>
Wie herinnert zich niet de getekende, klassieke helden van onze kindertijd als Pinkeltje, Paulus de Boskabouter, Arretje Nof, Kikker en Abeltje? In een rijk geïllustreerde uitgave en een gelijknamige tentoonstelling in het Letterkundig Museum wordt een ruime keuze getoond uit deze lievelingsboeken vanaf de 18de eeuw tot nu.
Illustraties uit kinderboeken zijn de onbekende schatten uit de collectie van het Letterkundig Museum in Den Haag. Daar komt verandering in door Helden in beeld, boek én tentoonstelling (van 23 november tot medio juni 2007).Onder de schatten bevinden zich tekeningen van – onder veel meer – de Spin Sebastiaan, Joop ter Heul, de Kleine Kapitein en prachtige artistieke illustraties van o.a. H. Willebeek le Mair en haar tijdgenoten Nelly Bodenheim, Tjeerd Bottema, J.H. Isings en J.B Midderigh-Bokhorst.Saskia de Bodt plaatst in een essay de illustraties van het Letterkundig Museum in een kunsthistorisch kader.
Saskia de Bodt is publicist op het gebied van illustraties en schreef onder meer Prentenboeken. Ideologie en Illustratie 1890-1950 (2003).
ca. 130 illustraties geheel in kleur
In Van Poe tot Pooh onderzoekt Saskia de Bodt hoe het vak van illustrator zich heeft ontwikkeld op het snijvlak van kunst enerzijds en de literatuur anderzijds. Ze constateert hoe illustratie, vanwege het narratieve aspect, het in de kunstgeschiedenis... Lees verder >>
In Van Poe tot Pooh onderzoekt Saskia de Bodt hoe het vak van illustrator zich heeft ontwikkeld op het snijvlak van kunst enerzijds en de literatuur anderzijds. Ze constateert hoe illustratie, vanwege het narratieve aspect, het in de kunstgeschiedenis altijd heeft moeten afleggen tegen de autonome kunst. En hoe literatuurhistorici en filologen het woord altijd boven het beeld hebben gesteld.
Aan de hand van onder meer de illustraties bij de sprookjes van Andersen en de fantastische verhalen en gedichten van Edgar Allan Poe toont Saskia de Bodt aan dat juist het beeld bij teksten onverwachte informatie kan opleveren, bijvoorbeeld over beeldvorming in een bepaalde tijd. Omdat illustraties doorgaans een groter publiek bereiken dan autonome kunst, is hun invloed groter, al is die niet altijd even gemakkelijk meetbaar.
Saskia de Bodt stelt de vraag of het niet vooral de plaatjes zijn die klassieke verhalen als Alice in Wonderland, de Grote Vriendelijke Reus en Jip en Janneke zo lang actueel houden. Beeld is universeler, veroudert minder snel dan tekst. Bijna niemand leest nu nog Vondel in de oorspronkelijke taal, maar we bewonderen wel het werk van Rembrandt. Wordt het niet eens tijd dat we op school behalve ‘tekst verklaren’ ook ‘beeld lezen’ krijgen?
Als jongetje droomde Bernard Willem Wierink erover kunstenaar te worden, maar hij koos voor een veilige toekomst als onderwijzer. Van 1879 tot 1881 was hij leraar aan de Quellinusschool en in 1888 werd hij directeur van de Industrieschool van de... Lees verder >>
Als jongetje droomde Bernard Willem Wierink erover kunstenaar te worden, maar hij koos voor een veilige toekomst als onderwijzer. Van 1879 tot 1881 was hij leraar aan de Quellinusschool en in 1888 werd hij directeur van de Industrieschool van de Maatschappij van den Werkende Stand. Wierink was zeer actief in het bestuursleven en publiceerde regelmatig over het tekenonderwijs, waarover hij zeer vooruitstrevende ideeën had.Toch kon hij het niet laten te schilderen, grafiek te maken (voornamelijk litho’s en houtsneden van dieren), boeken te illustreren, allerlei drukwerk te ontwerpen en te batikken. Hoogtepunten in zijn oeuvre zijn de twee prentenboeken, Pim’s poppetjes uit 1898 en Jan Klaassen uit 1903, die hij schreef onder het pseudoniem ‘Oom Ben’, en zijn prachtuitgave van het middeleeuwse verhaal van Reynaert de Vos (in een bewerking van Stijn Streuvels) uit 1910 (uitgave L.J. Veen). In deze boeken streefde hij, in navolging van Theo van Hoytema en Antoon Derkinderen, naar een vergaande integratie van tekst en illustraties.
Kleurenfoto's: 60
Zwart-witfoto's: 90
De internationaal gerenommeerde kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882 - 1945) is vooral bekend als de drukker van De Ploeg, de avant-gardekunstenaarsvereniging in Groningen. Tot zijn bekendste werken horen de Chassidische Legenden en de druksels voor... Lees verder >>
De internationaal gerenommeerde kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882 - 1945) is vooral bekend als de drukker van De Ploeg, de avant-gardekunstenaarsvereniging in Groningen. Tot zijn bekendste werken horen de Chassidische Legenden en de druksels voor de 'De Blauwe Schuit'. Zijn prachtige kleurrijke drukwerk behoort tot het beste van het Nederlands cultureel erfgoed. De experimenten met druktechnieken en de ontwikkeling van een geheel eigen beeldtaal maken Werkman tot een opmerkelijke vernieuwer binnen de twintigste-eeuwse kunst.
Voor het eerst wordt in deze publicatie een compleet overzicht gegeven van het omvangrijke oeuvre van Werkman. De publicatie is de kroon op het werk van het in 2002 gestarte Werkmanproject, een initiatief van de Stichting H.N. Werkman. Het diepgaande onderzoek naar het complete oeuvre van H.N. Werkman is uitgevoerd onder leiding van dr. Dieuwertje Dekkers. De publicatie levert een belangrijke bijdrage aan het inmiddels veelzijdige beeld van de Nederlandse kunstgeschiedenis in het interbellum
Geillustreerd in kleur en zwart-wit
Middeleeuwse handschriften – met de hand geschreven, versierde en geïllustreerde boeken – blijven fascineren. Hun inhoud, zowel tekst als beeld, biedt een venster met uitzicht op ons verleden. Ook de bestudering van de uiterlijke vorm van het boek brengt... Lees verder >>
Middeleeuwse handschriften – met de hand geschreven, versierde en geïllustreerde boeken – blijven fascineren. Hun inhoud, zowel tekst als beeld, biedt een venster met uitzicht op ons verleden. Ook de bestudering van de uiterlijke vorm van het boek brengt ons dichter bij de middeleeuwse makers en gebruikers. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit een van de grootste en belangrijkste verzamelingen middeleeuwse handschriften in Europa. Daaronder bevinden zich vele topstukken uit de geschiedenis van de middeleeuwse literatuur en boekschilderkunst. Ruim 33 jaar lang was dr. Anne S. Korteweg conservator van deze collectie. Opgeleid als kunsthistoricus, ontwikkelde zij zich ook tot boekhistoricus en werd zij een nationaal en internationaal gewaardeerd kenner van het gedecoreerde en geïllustreerde boek uit de Middeleeuwen. Als dank voor haar voortreffelijke werk en haar onmisbare steun bij de bestudering van het middeleeuwse boek schreven dertig collega-conservatoren, literatuur-, boek- en kunsthistorici bij haar afscheid de hier gebundelde artikelen. Hun onderling verschillende, maar altijd boeiende bijdragen gaan over de productie, de decoratie en illustratie, het oorspronkelijke gebruik en het latere verzamelen van middeleeuwse handschriften. De meeste bijdragen gaan vergezeld van reproducties uit de bestudeerde handschriften, waarvan een deel in kleur.
In 1941 maakte Max Beckmann (1884–1950) een serie litho’s rond het laatste bijbelboek, de Apocalyps of de Openbaring van Johannes. Het was midden in de Tweede Wereldoorlog. Beckmann, die in 1937 het Duitsland van de nazi’s ontvlucht was, woonde sindsdien... Lees verder >>
In 1941 maakte Max Beckmann (1884–1950) een serie litho’s rond het laatste bijbelboek, de Apocalyps of de Openbaring van Johannes. Het was midden in de Tweede Wereldoorlog. Beckmann, die in 1937 het Duitsland van de nazi’s ontvlucht was, woonde sindsdien in Amsterdam en was er ondergedoken. Hij maakte de serie op verzoek van relaties van hem uit zijn oude woonplaats Frankfurt. Het idee was in kleine oplage een boek uit te brengen met de volledige tekst van de Apocalyps in de vertaling van Luther en de litho’s van Beckmann - een gevaarlijke onderneming met immers een door de nazi’s in de ban gedane kunstenaar. Beckmann aquarelleerde in prachtige kleuren een serie van 27 litho’s, die via een heimelijke weg Frankfurt bereikten. De originele voorbeelden werden door verschillende kunstenaars uitgevoerd. In totaal zijn 24 genummerde boeken verschenen.
In 2002 werden de verloren gewaande, door Beckmann met de hand ingekleurde litho’s bij toeval terug gevonden. Deze originele werken vormen, op vrijwel ware grootte, de basis van dit boek. Ze worden beschreven in de context van het verhaal van de Apocalyps en van het oeuvre van Beckmann. Artikelen van deskundigen en van de zoon van Beckmann geven een indruk van het ontstaan en de achtergronden van de serie litho’s. Ontegenzeggelijk vormen ze een sleutelwerk in het Amsterdamse oeuvre van de kunstenaar in die donkere oorlogsjaren.
40 kleurenfoto's
In zijn Musée de peinture et de sculpture (1828-1834) beschreef Jean Duchesne aîné naast 252 kunstenaarsbiografieën maar liefst 1044 schilderijen en sculpturen, stuk voor stuk afgebeeld in omtrek. Deze werken, daterend van de oudheid tot aan de... Lees verder >>
In zijn Musée de peinture et de sculpture (1828-1834) beschreef Jean Duchesne aîné naast 252 kunstenaarsbiografieën maar liefst 1044 schilderijen en sculpturen, stuk voor stuk afgebeeld in omtrek. Deze werken, daterend van de oudheid tot aan de contemporaine kunst, waren gekozen uit 75 verzamelingen in 10 landen. Hoewel de uitgave nog steeds de planken siert van bibliotheken over de hele wereld is het Frans/Engelse Musée tegenwoordig slechts bij specialisten bekend. Bij verschijning echter had de zestiendelige publicatie een ongebruikelijk grote verspreiding en was het een internationaal succes, bekroond met een heruitgave in 1872. Toch is het kunstboek nooit eerder bestudeerd.
Josefine Leistra onderzoekt in dit boek welke plaats het Musée in de kunstgeschiedschrijving inneemt en hoe de publicatie destijds bijdroeg aan deze zich ontwikkelende discipline. Hoe ging Duchesne om met de genres in de schilderkunst, de verschillende scholen, de contemporaine kunst? Hoe verhoudt zijn selectie en behandelwijze zich tot die van collega-auteurs? Bij vergelijking blijkt het Musée een voor zijn tijd unieke inhoud te bezitten en één van de eerste overzichtswerken te zijn die de kunstgeschiedenis op brede, neutrale en systematische wijze presenteren.
In deze studie ontsluit Leistra het Musée op boeiende en verantwoorde wijze. Ter illustratie is een groot aantal omtrekillustraties uit het oorspronkelijke werk weergegeven.
geïllustreerd in zwart-wit