Shigeru Ban (geboren in Tokyo in 1957) bezocht SciArc in Californië en haalde zijn graad aan de Cooper Union School of Architecture in New York. Met zijn basis in Tokyo en Parijs daagt hij de geaccepteerde waarden en normen in de architectuur consequent... Lees verder >>
Shigeru Ban (geboren in Tokyo in 1957) bezocht SciArc in Californië en haalde zijn graad aan de Cooper Union School of Architecture in New York. Met zijn basis in Tokyo en Parijs daagt hij de geaccepteerde waarden en normen in de architectuur consequent uit, door bijvoorbeeld het ontwerp van een huis zonder muren of een tentoonstellingsruimte gemaakt van papieren buizen en scheepscontainers. Nu een van zijn belangrijkste werken - het Centre Pompidou-Metz in oost Frankrijk - haar voltooiing nadert, gaat deze monografie, samengesteld in samenwerking met de architect, zijn hele carrière na met ieder gebouwd werk en laat duidelijk zien waarom hij een van ´s werelds meest innovatieve en belangrijke architecten is. Hij wordt wel de ‘Paper Architect’ genoemd, omdat hij vaak bamboe, papier en kartonnen buizen als een structureel element gebruikt.
De term ‘starchitect’, afgeleid van star + architect, wordt gebruikt als architecten wereldwijd faam bereikt hebben. Deze architecten worden min of meer als idolen beschouwd en zijn in sommige gevallen bij het grote publiek bekend. De werken van deze... Lees verder >>
De term ‘starchitect’, afgeleid van star + architect, wordt gebruikt als architecten wereldwijd faam bereikt hebben. Deze architecten worden min of meer als idolen beschouwd en zijn in sommige gevallen bij het grote publiek bekend. De werken van deze architecten zijn vaak iconen en erg aanwezig binnen de context waarin ze gebouwd zijn. Ze leveren vaak het ‘WOW-effect’ op. Dit boek bespreekt onder anderen de starchitecten Souto de Moura, Norman Foster, Renzo Piano, René van Zuuk, UNStudio, MVRDR aan de hand van de bekendste werken.
Een film van MARK KIDEL · Documentaire van een bijzondere architect· Een film over passie en perfectionisme · High-tech architectuurDe luchthaven van Hongkong, de "Augurk" in Londen, het viaduct van Millau -- al deze constructies dragen het merk van de... Lees verder >>
Een film van MARK KIDEL · Documentaire van een bijzondere architect· Een film over passie en perfectionisme · High-tech architectuurDe luchthaven van Hongkong, de "Augurk" in Londen, het viaduct van Millau -- al deze constructies dragen het merk van de belangrijkste architect van deze tijd: Norman Foster. De Brit wordt beschouwd als de meester van moderne high-tech architectuur en is sinds kort erkend voor zijn innovatieve reconstructies van historische gebouwen. Deze documentaire belicht de artistieke ontwikkeling en de persoonlijkheid van de vaak gehonoreerde architect en ontwerper.Vanuit zijn kantoor in London of onderweg zijnde spreekt Foster over legendarische projecten uit de jaren 1980 en '90, zoals de Reichstag in Berlijn, de Carre d'Art in Nîmes of de televisietoren in Santiago de Compostela.Geluids Formaat: Dolby Digital 2.0 - Beeld Formaat: 4:3 Voice over: D, GB - MenuTalen: D, GB Ondertitelin:GB - Speelduur: 53 min
Het tweede deel van de definitieve publicatie over de grootste Amerikaanse architect aller tijden. Deze in totaal driedelige monografie bevat alle (ongeveer 1100) ontwerpen van Wright, zowel de gerealiseerde als de niet gerealiseerde. Deze collectie,... Lees verder >>
Het tweede deel van de definitieve publicatie over de grootste Amerikaanse architect aller tijden. Deze in totaal driedelige monografie bevat alle (ongeveer 1100) ontwerpen van Wright, zowel de gerealiseerde als de niet gerealiseerde. Deze collectie, gemaakt in samenwerking met The Frank Lloyd Wright Archives in Taliesin, Arizona, is een zeer diepgaande studie van en eerbetoon aan het leven en werk van Wright.Deel twee begint met de jaren die hij in Japan werkte, voornamelijk aan het Imperial Hotel, gevolgd door persoonlijke verwarring; eind 1922 ging Wright scheiden van zijn eerste vrouw Catherine en het jaar daarop trouwde hij met Miriam Noel. Echter na amper zes maanden was ook dit huwelijk ten einde. Kort daarna trouwde Wright met zijn derde vrouw Olgivanna. In deze moelijke tijd kwam hij ook in financiële problemen waardoor hij geen huis en studio meer had. In die tijd begon hij met het schrijven van artikelen voor tijdschriften en zijn autobiografie (1932). Later kreeg hij de kans om te bouwen op nieuwe concepten en in nieuwe regio's. Zo realiseerde hij het beroemde Ennis huis in Los Angeles en in 1936 voltooide hij het Herbert Jacobs huis, ontworpen om betaalbaar te zijn voor de gemiddelde Amerikaanse familie. In hetzelfde jaar verhuisde hij naar Arizona, op de leeftijd van 71 jaar, en begon een ruig nieuw leven in de woestijn en startte met het bouwen van het Taliesin West complex samen met zijn studenten. Hij kreeg nog een gouden medaille van het Royal Institute of British Architects in Londen en ging terug om te zien hoe zijn Johnson Administration Building met grote fanfare werd geopend.
Zelden vind je een architect die zo rigoureus probeert de ruimte tot haar meest essentiële vorm te reduceren en daarbij uiterst gevoelig blijft voor de menselijke ervaring van die ruimte. Sinds 1993 realiseerde de Belgische architect Vincent Van Duysen... Lees verder >>
Zelden vind je een architect die zo rigoureus probeert de ruimte tot haar meest essentiële vorm te reduceren en daarbij uiterst gevoelig blijft voor de menselijke ervaring van die ruimte. Sinds 1993 realiseerde de Belgische architect Vincent Van Duysen een reeks bijzondere projecten in Europa en de VS. Dit is de volledige monografie van Van Duysens werk. Van Duysen ontwerpt woningen, kantoren en winkelruimten, maar ook meubels en decoratieve objecten onder meer voor de internationaal opererende fabrikanten als B&B Italia, Poliform en Swarovski. Meer dan dertig projecten worden in detail besproken en uitvoerig geïllustreerd met foto’s van Alberto Piovano. Daarnaast bevat het boek een chronologisch projectoverzicht.AuteursinformatieArchitectuurcriticus Marc Dubois schreef de introductie voor dit boek. Hij schreef eerder verschillende monografiën over hedendaagse architecten. De architecten David Adjaye, Alberto Campo Baeza en Michael Gabellini, modeontwerper Ann Demeulemeester en meubelontwerper Patricia Urquiola dragen bij met fascinerende inzichten in het werk van Van Duysen.
De definitieve publicatie over de grootste architect van Amerika.Frank Lloyd Wright (1867-1959) wordt algemeen beschouwd als de beste Amerikaanse architect aller tijden, en inderdaad, zijn werk was de voorganger van het moderne tijdperk en blijft vandaag... Lees verder >>
De definitieve publicatie over de grootste architect van Amerika.Frank Lloyd Wright (1867-1959) wordt algemeen beschouwd als de beste Amerikaanse architect aller tijden, en inderdaad, zijn werk was de voorganger van het moderne tijdperk en blijft vandaag de dag nog van grote invloed.De driedelige monografie laat alle ontwerpen van Wright zien (ongeveer 1100), zowel de gerealiseerde als de niet gerealiseerde. Deze collectie, gemaakt in samenwerking met The Frank Lloyd Wright Archives in Taliesin, Arizona, is een zeer diepgaande studie van en eerbetoon aan het leven en werk van Wright. Deel 3 gaat over de jaren na de Tweede Wereldoorlog en de periode waarin hij nog leefde. Van zijn Prairie Houses (getypeerd door het Robie House) in het begin tot het Usonian concept home en progressieve ‘levende architectuur’ gebouwen tot de latere projecten zoals het Guggenheim Museum in New York en de ontwikkeling van zijn fantastische visie op een betere toekomst via zijn concept van de ‘levende stad’; al deze fasen van de carrière van Wright worden uitgebreid beschreven en geïllustreerd in deze uitgave.De schrijver en Wright expert Bruce Brooks Pfeiffer belicht het laatste onderzoek en geeft een nieuw inzicht in zijn werk, voorzien van nieuwe dagtekening voor vele van zijn plannen en huizen. Een overvloed aan persoonlijke foto´s geeft de lezer het gevoel hoe het was om te werken met Frank Lloyd Wright, die iedere lente van Taliesin West reisde naar het oude Taliesin complex in Wisconsin en de volgende herfst terug ging om de winter weer in het zonnige Arizona door te brengen.Dit derde deel begint na de Tweede Wereldoorlog, toen de organische ‘levende architectuur’ van Wright ideeën introduceerde voor het gebruik van zonne-energie en ronde open ruimten. Naast het Guggenheim Museum zag het na-oorlogse tijdperk ook buitengewone projecten zoals de plannen van Wright voor een nieuw Baghdad, zijn enige gerealiseerde hoogbouwtoren in Bartlesville in Oklahoma en het kristallen figuur van de Bethe Sholom synagoog in Elkins Park in Pennsylvania.
Vijftig jaar na zijn dood wordt Frank Lloyd Wright wereldwijd geprezen als geniale geest die meer invloed heeft gehad op design dan enig andere 20ste-eeuwse architect. Hij herformuleerde huiselijke, commerciële, gewijde en culturele ruimtes en verlegde... Lees verder >>
Vijftig jaar na zijn dood wordt Frank Lloyd Wright wereldwijd geprezen als geniale geest die meer invloed heeft gehad op design dan enig andere 20ste-eeuwse architect. Hij herformuleerde huiselijke, commerciële, gewijde en culturele ruimtes en verlegde steeds opnieuw de grenzen van de bouwkunst, tot vaste muren oplosten in schermen van sierglas, daken en terrassen leken te zweven, afgesloten kamers plaatsmaakten voor open wonen en gebouwen veranderden in beeldende kunstwerken. Zijn levenslange streven 'barrières te schlechten' en organische architectuur te creëren – in harmonie met tijd en plaats, verlevendigd door daglicht en geïntegreerd in de locatie – inspireerden hem tot innovaties waarin hij zijn tijd ver vooruit was. De visie van Frank Lloyd Wright kwam voort uit een passie voor schoonheid, waarheid, creatieve avonturen en Moeder Kunst.
Het Architectenboek deel zeven gaat over de corporate identity van opdrachtgevers en alle andere beperkingen waarmee architecten/ontwerpers in het dagelijks leven worstelen wanneer zij proberen hun creatieve impulsen gestalte te geven. Het boek is... Lees verder >>
Het Architectenboek deel zeven gaat over de corporate identity van opdrachtgevers en alle andere beperkingen waarmee architecten/ontwerpers in het dagelijks leven worstelen wanneer zij proberen hun creatieve impulsen gestalte te geven. Het boek is bijzonder omdat het, anders dan in vele andere boeken, in de verschillende interviews (sowieso al uniek) ook ingaat op de zaken die de creativiteit van de ontwerper/architect juist fnuiken. Behalve de successen komen dus ook de frustraties over ‘slechte opdrachtgevers’ aan bod. Dat maakt het boek niet alleen vermakelijk, maar ook erg leerzaam: wanneer opdrachtgevers zich bewust zijn van de wensen, ideeën én frustraties van architecten/ontwerpers, is het wellicht mogelijk om in de toekomst tot een betere samenwerking te komen. Het Architectenboek deel zeven kent tal van hoogtepunten. Architecten die worden uitgenodigd om te spreken over hun beperkingen en frustraties blijken de ene anekdote na de andere uit hun mouw te kunnen schudden. En dat levert prachtige verhalen op. Een willekeurige greep uit de opgetekende wetenswaardigheden:Jan des Bouvrie – de goeroe van het witte interieur – bekent in het Architectenboek deel zeven dat hij één keer een zwart interieur heeft ontworpen, en wel vlak na zijn scheiding. “Ik ben bang dat ik mijn opdrachtgever toen met mijn eigen depressie heb opgezadeld.”Architect Koen van Velsen heeft geen goed woord over voor de soms ‘onmenselijke’ zorgarchitectuur in ons land: “Het gemiddelde ziekenhuis in ons land is uitgevoerd met witte muren, systeemplafonds, TL en Marmoleum. Dat zijn écht de iconen van de ziekenhuisinrichting.”Ontwerpster Ineke Hans maakt zich vrolijk over ontwerp-studenten die denken dat het leven van een designer glamorous is. “Ik kom wel eens op designopleidingen en zie dan soms studenten lopen die echt ‘designertje spelen’ – de juiste bril, eigenzinnige kleding, je kent het wel – maar daar gaat het in mijn vak uiteindelijk natuurlijk helemaal niet om. Om je te ontwikkelen als ontwerper moet je echt jarenlang hard werken op basis van een eigen visie.”NL Architect Kamiel Klaasse heeft bedenkingen bij de huidige duurzaamheidsmode: “Duurzaamheid moet niet een té overheersend thema worden dat andere belangrijke ontwerpaspecten overvleugelt. Want op dat moment verandert duurzaamheid van een positief aspect in een gevaarlijke doctrine.” De bekende ontwerper Piet Boon pakt zijn architecturale projecten anders aan dan ‘gewone’ architecten: “Wij beginnen een ontwerp dus altijd van binnenuit en het exterieur ontstaat logisch vanuit de keuzes in het interieur. Architecten werken vaak andersom: zij bedenken eerst een mooie gevel en onderzoeken vervolgens hoe ze binnen dat gegeven een functionerende binnenruimte kunnen realiseren.”Interieurarchitect Evelyne Merkx vermoedt dat haar vak vaak onderschat wordt: “Het bijzondere aan onze projecten is dat het ons lukt is om ruimtes er totaal vanzelfsprekend uit te laten zien. Maar daar is dus heel veel denkwerk voor nodig.”Deze én tal van andere anekdotes – bijvoorbeeld over het houten vlot van 2012Architecten, de grijze auto van NL Architects, Koen van Velsens afkeer van Veronica-blauw en de olifant van Jan des Bouvrie – is te lezen in het Architectenboek deel zeven.
In het omvangrijke oeuvre van Herman Hertzberger neemt het schoolgebouw een belangrijke plaats in. Hertzberger maakt scholen die als een stad functioneren. Een school en een stad zijn volgens hem multi-interpretabel, uitdagend, inspirerend en... Lees verder >>
In het omvangrijke oeuvre van Herman Hertzberger neemt het schoolgebouw een belangrijke plaats in. Hertzberger maakt scholen die als een stad functioneren. Een school en een stad zijn volgens hem multi-interpretabel, uitdagend, inspirerend en uitnodigend, de school is een plek waar je je kunt terugtrekken en je kunt positioneren ten opzichte van anderen, je leert er het samenleven. Het boek zet de scholen van Hertzberger met ruim dertig voorbeelden voor het eerst op een rij. In een uitgebreid essay gaat de socioloog Abram de Swaan in op het werk van Hertzberger. Hij toont hoe de architectuur van scholen en de organisatie van schoolgebouwen invloed hebben op de sociale ontwikkeling van kinderen. De Swaan roemt Hertzberger als een bij uitstek sociologisch architect.
In het najaar van 1999 verlieten Chris de Weijer en Robert Alewijnse Mecanoo Architecten om hun eigen bureau te beginnen. Ze noemden het DP6 architectuurstudio. In de tien jaar die sindsdien zijn verstreken heeft het tweetal een rijk en veelzijdig oeuvre... Lees verder >>
In het najaar van 1999 verlieten Chris de Weijer en Robert Alewijnse Mecanoo Architecten om hun eigen bureau te beginnen. Ze noemden het DP6 architectuurstudio. In de tien jaar die sindsdien zijn verstreken heeft het tweetal een rijk en veelzijdig oeuvre opgebouwd. Uit dat oeuvre worden de achttien projecten die het meest tot de verbeelding spreken gepresenteerd. Van de glazen torens van het Walterboscomplex in Apeldoorn tot het archetypische houten woonhuis in Driebergen, en van de opvallende rode megabioscoop in een geluidswal bij Ede tot de bruggen voor het Zuiderpark in Rotterdam. Naast een uitgebreide documentatie van de projecten in woord en beeld geeft het boek inzicht in de manier waarop DP6 opgaven tegemoet treedt. Ontwerpen komen vaak in twee fasen tot stand. Na een rationele analyse volgt een meer intuïtief proces, waarin de nadruk ligt op het associatieve. Dat levert een sterk zintuiglijke architectuur op, waarbij vaak een belangrijke rol is weggelegd voor het landschap. Ook valt DP6 op door de manier waarop opdrachtgevers en gebruikers bij de totstandkoming van een ontwerp worden betrokken. <//i>DP6. Tien jaar architectuur is een boek over een architectenbureau dat zich zonder veel omhaal van woorden manifesteert, maar dat tegelijk eigenzinnig genoeg is om niet onopgemerkt te blijven.
Pierre Cuypers (1827–1921) is bekend als architect van onder meer het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. In deze studie wordt aangetoond dat de werken van Cuypers meer zijn dan een toevallige reeks gebouwen: ze vormen een oeuvre dat... Lees verder >>
Pierre Cuypers (1827–1921) is bekend als architect van onder meer het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. In deze studie wordt aangetoond dat de werken van Cuypers meer zijn dan een toevallige reeks gebouwen: ze vormen een oeuvre dat uitdrukking geeft aan een idee. Aart Oxenaar beschrijft de ontwikkeling van Cuypers door diens denken en werken systematisch en chronologisch met elkaar in verband te brengen. Centraal daarbij staat de omslag in het werk van een archeologisch zuivere neogotiek, via een gotisch eclecticisme naar het ontwikkelen van eigen, eclectische stijlvormen gebaseerd op een ‘logische’ of ‘rationele’ ontwerpmethode ontleend aan de gotiek. Het boek is rijk geïllustreerd met originele schetsen en tekeningen van Cuypers, aangevuld met historische foto’s die de gebouwen kort na oplevering in hun context tonen.
Aart Oxenaar (1958) studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Met steun van NWO deed hij aansluitend onderzoek naar het werk van P.J.H. Cuypers. Daarna werkte hij voor het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam als publicist en tentoonstellingsmaker. Hij was oprichtend coördinator van het Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Tilburg. Sinds 1998 is hij directeur van de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Daarnaast was en is hij actief in het ruimtelijk-advieswerk, onder andere als lid van het kwaliteitsteam IJburg en voorzitter van de Commissie voor Welstand en Monumenten Amsterdam en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Haarlem. Naast zijn architectuurhistorisch werk, vooral gericht op de negentiende eeuw, publiceerde hij over hedendaagse architectuur in Nederland.
Wat ze hebben gebouwd is redelijk bekend. Maar hoe kwamen de ontwerpen tot stand? Wat inspireert hen en wat is hun werkwijze? Wat zijn hun drijfveren en twijfels? En: wat zijn hun opvattingen over de ontwikkeling van de architectuur? Steen vertelt het... Lees verder >>
Wat ze hebben gebouwd is redelijk bekend. Maar hoe kwamen de ontwerpen tot stand? Wat inspireert hen en wat is hun werkwijze? Wat zijn hun drijfveren en twijfels? En: wat zijn hun opvattingen over de ontwikkeling van de architectuur? Steen vertelt het verhaal chter de gebouwen. De geschiedenis rond veel spraakmakende voorbeelden van Nederlandse architectuur, zoals het Circus in Zandvoort (Een gebouw als een gillende keukenmeid),het vpro-gebouw en de inmiddels afgebroken Zwarte Madonna in Den Haag wordt hier verteld. De gesprekken gaan ook over de metselaar die de vreugde in zijn vak hervindt als hij werkt aan een organisch woonhuis van Alberts en Van Huut, over de euforie van Superdutch, over engagement en mode, over beeldend kunstenaars als Sol LeWitt en David Hockney, over het fenomeen Rem Koolhaas en over de gecompliceerde veelzijdigheid van het architectenvak. Steen biedt de lezer een opmerkelijke en unieke kijk in de keuken van veertien vooraanstaande Nederlandse architecten.
Dit zesde deel uit de serie ‘Architecture Now!’, waarin gebouwen staan die in grootte variëren van het kleine theehuis Tetsu van Terunobu Fujimori (6,07 m2) tot het gigantische Crystal Island project van Norman Foster in Moskou (1,1 miljoen m2), geeft... Lees verder >>
Dit zesde deel uit de serie ‘Architecture Now!’, waarin gebouwen staan die in grootte variëren van het kleine theehuis Tetsu van Terunobu Fujimori (6,07 m2) tot het gigantische Crystal Island project van Norman Foster in Moskou (1,1 miljoen m2), geeft een overzicht van wat zich nu afspeelt in de architectuur. Wat is de geest van dit moment en hoe weerspiegelt architectuur de creativiteit terwijl het einde van het eerste decennium van de 21ste eeuw nadert? Architecture Now! 6 is hét naslagwerk voor wat er nu gebeurt en nog gaat komen. Handig ingedeeld van A - Z met recente projecten, biografieën, contactinformatie en websites.Afgebeelde architecten, bedrijven en kunstenaars zijn:3deluxe, 3LHD, Adjaye Associates, Ai Wei Wei, Tadao Ando, Alejandro Aravena, ARGE Grazioli Krischanitz, Shigeru Ban, Barkow Leibinger, Bernardes + Jacobsen, Coop Himmelb(l)au, Olafur Eliasson, EMERGENT, Engel und Zimmermann, FAM Arquitectura, Foster and Partners, Terunobu Fujimori, Massimiliano Fuksas, Antón García-Abril Ruiz, Dionisio González, Zaha Hadid, Heatherwick Studio, Herzog & de Meuron, Steven Holl, Holzer Kobler, Junya Ishigami, Toyo Ito, Jakob+MacFarlane, Jensen & Skodvin, Carlos Jimenez, Kengo Kuma, Lassila Hirvilammi, Legorreta + Legoretta, Daniel Libeskind, LIN Finn Geipel Giulia Andi, MIII architects, MADA s.p.a.m., Paulo Mendes da Rocha, Corinna Menn, Merkx+Girod, José Rafael Moneo, Morphosis, MvRdV, Manfredi Nicoletti, Valerio Olgiati, Studio Pei-Zhu, Renzo Piano, PTW Architects, Quinze & Milan Designers, RCR Arquitectes, Rojkind Arquitectos, Marc Rolinet, Hans-Jörg Ruch, Sejima + Nishizawa/SANAA, Thomas Schütte, Scope Cleaver, Álvaro Siza Vieira, Snøhetta, Tonkin Liu, Bernard Tschumi, UNStudio, URBANUS, Pekka Vapaavuori, Various Architects, Wandel Hoefer Lorch + Hirsch, Jean-Michel Wilmotte, Riken Yamamoto en Peter Zumthor.
Architectonische poëzie in het machinetijdperk. Le Corbusier (1887-1965), geboren als Charles-Edouard Jeanneret, nam zijn beroemde schuilnaam aan nadat hij zijn ideeën had gepubliceerd in het tijdschrift L´Esprit Nouveau in 1920. De paar gebouwen die hij... Lees verder >>
Architectonische poëzie in het machinetijdperk. Le Corbusier (1887-1965), geboren als Charles-Edouard Jeanneret, nam zijn beroemde schuilnaam aan nadat hij zijn ideeën had gepubliceerd in het tijdschrift L´Esprit Nouveau in 1920. De paar gebouwen die hij in de jaren 20 heeft ontworpen, omdat hij toen ook veel tijd spendeerde aan schilderen en schrijven, brachten hem tot de voorhoede van de moderne architectuur. Het was echter pas na de Tweede Wereldoorlog dat zijn bekendste gebouwen zoals de Unité d´Habitation in Marseille en de kerk van Notre Dame du Haut in Ronchamp werden gebouwd.
Architect en ontwerper Louis C. Kalff was in ons land een pionier op het gebied van industriële vormgeving. Hij stond aan de wieg van Design Academy Eindhoven en legde de basis voor het Philipslogo. Vanaf 1925 gaf hij de reclamevormgeving van Philips een... Lees verder >>
Architect en ontwerper Louis C. Kalff was in ons land een pionier op het gebied van industriële vormgeving. Hij stond aan de wieg van Design Academy Eindhoven en legde de basis voor het Philipslogo. Vanaf 1925 gaf hij de reclamevormgeving van Philips een modern gezicht.Onder zijn leiding werd in 1929 het Lichtadviesbureau opgericht dat deelnam aan de Wereldtentoonstellingen in Barcelona, Antwerpen en Parijs. Hij ontwierp het Dr. A. F. Philips Observatorium in Eindhoven en de diamant-boorderij in Valkenswaard. In 1958 zorgde Kalff samen met Le Corbusier voor de spectaculaire deelname van Philips aan de wereldtentoonstelling in Brussel met het Philipspaviljoen en het Poème Électronique. Na zijn pensionering in 1960, werkte hij met architect Leo de Bever aan het Evoluon. Als freelancer maakte hij affiches voor o.a. de Holland-Amerikalijn, Zeebad Scheveningen en PTT. Tekst Peter van Dam
Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969) was een van de oprichters van de moderne architectuur. Hij was de schepper van de expositieruimte van Duitsland gedurende de wereldtentoonstelling in Barcolona in 1929, en van het Farnsworth House in Plano in Illinois... Lees verder >>
Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969) was een van de oprichters van de moderne architectuur. Hij was de schepper van de expositieruimte van Duitsland gedurende de wereldtentoonstelling in Barcolona in 1929, en van het Farnsworth House in Plano in Illinois (1945-1951) en de Seagram Building in New York (1954-1958). Hij was een van de oprichters van een nieuwe architectonische stijl. Beroemd om zijn motto ‘less is more’, zocht hij een soort verfijnde zuiverheid in architectonische expressie die men niet tegenkwam in de verkleinde vocabulaire van andere Bauhausleden. Het was niet zijn doel om alleen voor hen met een bescheiden inkomen te bouwen, maar om economisch in termen van duurzaamheid te bouwen. Zowel in technische als esthetische zin was het gebruik van staal en glas het fundament van deze benadering.In dit boek vindt men meer dan 20 van zijn projecten tussen 1906 en 1967, van zijn vroegere werk rond Berlijn tot zijn belangrijkste Amerikaanse gebouwen
Op de zolder van een boerderij in Barchem, een vlek in de Achterhoek, heeft ongeveer veertig jaar een prachtige collectie 19de-eeuwse architectuurtekeningen verborgen gelegen. Het gaat om werkstukken die de architect Anthony Willem van Dam (1815-1901) in... Lees verder >>
Op de zolder van een boerderij in Barchem, een vlek in de Achterhoek, heeft ongeveer veertig jaar een prachtige collectie 19de-eeuwse architectuurtekeningen verborgen gelegen. Het gaat om werkstukken die de architect Anthony Willem van Dam (1815-1901) in 1837-1841 in Frankrijk, Italië en Griekenland maakte, na het behalen van de Gro(o)te Prijs voor Architectuur (de Nederlandse pendant van de Franse Prix de Rome). In 1997 trof de architectuurhistoricus Coert Krabbe de tekeningen van Van Dam aan (ruim 225 stuks), na jarenlang speurwerk. Het belang van Van Dams tekeningen - die centraal staan in dit boek - valt moeilijk te overschatten. Van de uitgezonden jonge architecten was tot nu toe slechts een enkele reistekening bekend. Het gelukkige toeval wil ook dat een groot deel van Van Dams correspondentie bewaard is gebleven, waardoor veel bekend is over zijn werkzaamheden en contacten en zijn reis gereconstrueerd kan worden. Aan de hand van Van Dams nalatenschap laat Coert Krabbe zien welke veranderingen zich voltrokken in de Nederlandse architectuur van rond 1840. Van Dam bestudeerde niet alleen de overblijfselen uit de oudheid en de renaissance in Italië, en leerde de Franse academische ontwerpprincipes aan, hij koos er bewust voor de hele architectuurgeschiedenis te bestuderen.
ca 300 illustraties, veelal in kleur
Originally published in German (1968), this first comprehensive and critical survey of Le Corbusier’s life and work written after his death soon became a reference text. French, Spanish, English, Japanese and Korean editions followed - but the... Lees verder >>
Originally published in German (1968), this first comprehensive and critical survey of Le Corbusier’s life and work written after his death soon became a reference text. French, Spanish, English, Japanese and Korean editions followed - but the book has now been out of print for almost two decades. In the meantime, Le Corbusier’s archives in Paris have become available for research, which resulted in an avalanche of scholarship and produced a large number of detailed studies on topical aspects of the work. No less than three catalogues raisonnés of Le Corbusier’s entire production as an architect and artist are now available, not to mention various often serendipitous biographical studies. Von Moos’ critical take and the basic criteria by which the subject is organized and historicized remain surprisingly pertinent in the context of this recent jungle of Corbusier studies. This new, completely revised edition is based on the 1979 version published in English by the MIT Press but offers a substantially updated body of illustrations. Each of the seven chapters is supplemented by a critical survey of recent scholarship on the respective issues.
An updated edition of this acclaimed book, an essential read for students of architecture and architectural history.
De in Wenen geboren Friedrich Stowasser (1928-2000) noemde zichzelf Hundertwasser Friedensreich Regentag Dunkelbunt. Overeenkomstig de kleurrijke variëteit van zijn namen, hield hij zich bezig met vele activiteiten als schilder, architect en ecologist en... Lees verder >>
De in Wenen geboren Friedrich Stowasser (1928-2000) noemde zichzelf Hundertwasser Friedensreich Regentag Dunkelbunt. Overeenkomstig de kleurrijke variëteit van zijn namen, hield hij zich bezig met vele activiteiten als schilder, architect en ecologist en als “iemand die identiteiten wakker schudt”. Deze presentatie van het werk van Hundertwasser wordt in al haar verschillende facetten begeleid door zijn eigen visie over zichzelf en zijn doel. Daar zijn werk praktisch niet te scheiden is van zijn persoonlijke leven en politieke activiteit, wordt voor de ogen van de lezer een levendig beeld van de kunstenaar gevormd. Citaten uit conversaties tussen de schrijver en de kunstenaar geven een gevoel van directe nabijheid en authenticiteit.
Het woongebouw van JMW in Witbrant West, het Paviljoen Strand aan de Maas van Monadnock, de Villa Overgooi van Next Architects en de Villa 1 van Powerhouse Company zijn vier uitzonderlijke projecten die getuigen van de uitzonderlijke kwaliteit van het... Lees verder >>
Het woongebouw van JMW in Witbrant West, het Paviljoen Strand aan de Maas van Monadnock, de Villa Overgooi van Next Architects en de Villa 1 van Powerhouse Company zijn vier uitzonderlijke projecten die getuigen van de uitzonderlijke kwaliteit van het werk van jonge Nederlandse architecten.Facts & Forms brengt deze vier nominaties voor de AM NAi prijs uitgebreid in beeld, en belicht concept en context. Daarmee is het een momentopname van de jongste generatie architecten en vormt een barometer voor de Nederlandse architectuur van de toekomst.
Schoonheid is in de architectuur meestal een betrekkelijk begrip. Maar af en toe komt het voor dat die schoonheid zo overweldigend is, dat je er wel voor op de knieën moet gaan. Bij Villa 1 van Powerhouse Company is dat het geval. De jury van de AM NAi prijs was het er dan ook snel over eens aan welk van de genomineerde gebouwen de AM NAi Prijs 2008 moest worden toegekend. De jury meent dat de woning al bij haar oplevering als een klassieker kan worden aangemerkt. Ze is erg onder de indruk van de architectonische kwaliteit die een ontwerper bij zijn eerste gerealiseerde bouwwerk tot stand weet te brengen. Hij is erin geslaagd het zichtbare plezier dat hij bij het ontwerpen moet hebben gehad in de architectuur tot uitdrukking te laten komen. Dat belooft veel voor de toekomst.
G.J. de Jongh is de bekendste havenbouwer en stadsontwikkelaar in Rotterdams meest extreme groeiperiode. Hij was directeur van Gemeentewerken (1879-1910) in een tijd dat alle gemeentelijke diensten, behalve de drinkwaterleiding, nog onder zijn... Lees verder >>
G.J. de Jongh is de bekendste havenbouwer en stadsontwikkelaar in Rotterdams meest extreme groeiperiode. Hij was directeur van Gemeentewerken (1879-1910) in een tijd dat alle gemeentelijke diensten, behalve de drinkwaterleiding, nog onder zijn verantwoording vielen. Niet voor niets noemde men hem de ‘technische burgemeester’ van de stad.De Jongh schiep de basis van Rotterdam als (zee)haven met wereldfaam, terwijl de stad tot die tijd achter Londen, Antwerpen en Hamburg aansukkelde. Grootschalig technisch ingrijpen was een overheidstaak en bestond uit verbetering van de hygiëne, stadsontwikkeling, groenaanleg, exploitatie van nutsbedrijven en het transport te land en te water. De Jongh wist de politici en bestuurders dankzij zijn opvattingen en deskundigheid twintig jaar lang te bespelen tot in het begin van de twintigste eeuw.Dit boek is een rehabilitatie van een stadsontwikkelaar die decennialang verguisd is, het is een kritische benadering van De Jongh als havenbouwer en het is een weergave van diens visionaire strijd in de hectiek van de industriële revolutie.
175 kleurenillustraties
Vanaf 1918 bedacht Le Corbusier, naast architect ook schilder, samen met de schilder Amédée Ozenfant, het purisme. De eerste voortbrengselen daarvan waren schilderijen. Hun bespiegelingen over de relatie tussen vorm en kleur op schilderkunstig gebied... Lees verder >>
Vanaf 1918 bedacht Le Corbusier, naast architect ook schilder, samen met de schilder Amédée Ozenfant, het purisme. De eerste voortbrengselen daarvan waren schilderijen. Hun bespiegelingen over de relatie tussen vorm en kleur op schilderkunstig gebied leidde tot de vaststelling van het zogenaamde grote gamma: gele en rode okers, aardkleuren, wit, zwart, ultramarijn en enige daarvan afgeleide mengkleuren. Met ‘de architectonische kleur’ doelde Le Corbusier (1887-1965) op de innige band tussen dit gamma en de architectuur.Het boek is het relaas over een niet onbelangrijk aspect van het werk van Le Corbusier. Het gaat over de wijze waarop hij aan het begin van de jaren twintig kwam tot een eigenzinnige benadering van de architectonische polychromie. Zijn jeugdwerken waren nog gebouwd in een traditionele stijl, gebruikmakend van lokale bouwmethoden en materialen en voorzien van door hemzelf ontwikkelde ornamentiek. Met zijn puristische architectuur, waarvan hij de beginselen vanaf 1920 formuleerde en die in zijn architectuur tot 1927 tot uitdrukking komen, voer hij een rigoureuze andere koers. De gebouwen werden opgetrokken in gewapend beton, afgewerkt met een pleisterlaag en vervolgens geheel geschilderd. De kleuren voor het schilderwerk waren ontleend aan bovengenoemd grote gamma, de architectonische kleuren. In de jaren vijftig gaf Le Corbusier de natuurlijke polychromie, de kleur van het materiaal, voorrang boven de geschilderde polychromie. Was de polychrome schildering in de puristische architectuur een onvermijdelijke en totale bewerking, na de Tweede Wereldoorlog kreeg ze een bescheiden plaats als ornament.
Het werk van Soeters Van Eldonk architecten levert altijd discussie op, en dat is precies de bedoeling. Voor het eerst wordt hun oeuvre van de laatste vijftien jaren uitgebreid beschreven en in een hedendaags perspectief geplaatst.
Soeters Van Eldonk... Lees verder >>
Het werk van Soeters Van Eldonk architecten levert altijd discussie op, en dat is precies de bedoeling. Voor het eerst wordt hun oeuvre van de laatste vijftien jaren uitgebreid beschreven en in een hedendaags perspectief geplaatst.
Soeters Van Eldonk architecten uit Amsterdam bouwen al dertig jaar door heel Nederland. Hun projecten, zoals het Java-eiland in Amsterdam, de Nijmeegse binnenstad en het Helicon-gebouw in Den Haag, zijn altijd luidruchtig en spraakmakend. Het uitgangspunt is simpel en menselijk bouwen, volgens het principe: ‘een smalle straat is beter dan een brede’.De architecten lichten hun projecten in het boek zelf toe aan de hand van veel beeldmateriaal. Hans Ibelings legt verbanden in het oeuvre en Hein van Dongen beschouwt het werk in de context van de stedelijkheid en alle sociale aspecten die daarbij horen.
--------------------------------------------------------------------------------Over de auteur(s):Hans Ibelings, hoofdredacteur en uitgever van het architectuurtijdschrift A10, schrijft over hedendaagse architectuur. Filosoof Hein van Dongen onderzoekt de relatie tussen filosofie en architectuur. Suzanne Mulder, verantwoordelijk voor de projectbeschrijvingen, is architectuurhistoricus.
Deze monografie presenteert het werk van architectenbureau diederendirrix (Paul Diederen en Bert Dirrix) van de afgelopen tien jaar. Kenmerkende thema's hierin zijn de transformaties van grote industriële gebouwen zoals de Witte Dame in Eindhoven,... Lees verder >>
Deze monografie presenteert het werk van architectenbureau diederendirrix (Paul Diederen en Bert Dirrix) van de afgelopen tien jaar. Kenmerkende thema's hierin zijn de transformaties van grote industriële gebouwen zoals de Witte Dame in Eindhoven, gebouwen voor cultuur en andere collectieve voorzieningen als de poptempels Dynamo in Eindhoven en het Patronaat in Haarlem, en het vraagstuk van bijzondere woontypologieën in stedelijke gebieden.
Hans Ibelings beschrijft de werkwijze van het bureau, waar twee ontwerpteams naast en soms ook met elkaar werken en analyseert de verschillende benaderingen van Diederen en Dirrix van opgave, ontwerp en proces. In drie bijdragen van Jos Bosman, Madeleine Maaskant en Giampiero Sanguigni worden de afzonderlijke oeuvres van beide naamgevers geanalyseerd, respectievelijk de parallellen en overlappingen daartussen.
Het boek bevat een zeer uitgebreide presentatie van projecten, in beeld en woord, van beide partners. Persoonlijke statements van Dirrix en Diederen verwoorden hun voorliefdes, fascinaties en interessen binnen en buiten de architectuur.
Het boek laat niet alleen het werk zien van architecten die (internationaal) aandacht verdienen, maar belicht tevens hoe de uiteenlopende benaderingswijzen elkaar versterken.
Al honderd jaar wordt beweerd dat H.P. Berlage en P.J.H. Cuypers respectievelijk de vader en de grootvader van de moderne Nederlandse architectuur zijn. Auke van der Woud analyseerde hoe hun reputaties ontstonden, en hoe die steeds weer werden bevestigd.... Lees verder >>
Al honderd jaar wordt beweerd dat H.P. Berlage en P.J.H. Cuypers respectievelijk de vader en de grootvader van de moderne Nederlandse architectuur zijn. Auke van der Woud analyseerde hoe hun reputaties ontstonden, en hoe die steeds weer werden bevestigd. Uit zijn eerder onderzoek (Waarheid en Karakter, 1997) was gebleken dat Berlage en Cuypers rond 1895 door een kleine luidruchtige aanhang tot de leiders van de architectuur werden benoemd. Sterrenstof laat zien dat die gehypte beeldvorming in de twintigste eeuw continu kritiekloos werd herhaald. De gevolgen zijn groot geweest. Nederland heeft (uniek in de westerse wereld) in de twintigste eeuw een zeer onvolledig, verwrongen en negatief beeld van de negentiende-eeuwse architectuur gehad en de focus op Berlage en Cuypers heeft van de Nederlandse architectuurgeschiedenis een bizar sprookje gemaakt. Sterrenstof is behalve een scherpe kritiek op de geschiedschrijving daarom ook een pleidooi voor een andere architectuurgeschiedenis. Daarin worden de eigenschappen van de moderniteit al in de negentiende eeuw aangewezen. Cuypers en Berlage krijgen dan een andere positie: van twee architecten die met de rug naar de toekomst stonden.